zaterdag 3 januari 2026

zaterdag 6 januari 1906
Corinthians - België 12-0
De Nationale ploeg steekt voor het eerst het kanaal over

       

Op donderdagavond 4 januari 1906 begon voor de Belgische nationale voetbalploeg een avontuur dat zijn gelijke niet kende. Voor het eerst trok ons nationale elftal het Kanaal over, op weg naar Engeland. Het startschot van die historische reis klonk niet in een stadion, maar in het Noordstation van Brussel. Elf spelers, vergezeld door twee bondsafgevaardigden, stapten er op de trein richting Antwerpen. Daar wachtte de boot naar Harwich. De kortere overtocht Oostende–Dover werd links gelaten, simpelweg omdat de route via Antwerpen een stuk goedkoper uitviel. 

Krantenartikel uit Het Handelsblad van 5 januari 1906

Rond acht uur ’s avonds werd het anker gelicht. Terwijl het schip nog rustig over de Schelde gleed, schoven de spelers aan voor een stevig avondmaal. Niemand kon toen vermoeden dat die maaltijd geen lang leven beschoren was. Debutant Hector Goetinck van FC Brugge beschreef de overtocht later kleurrijk in zijn memoires Voetbalanekdoten. Toen het schip het zeegat naderde, maakten acht Brusselaars, drie Bruggelingen en twee comitéleden zich klaar om hun kooien op te zoeken. Tot aan Vlissingen verliep alles nog probleemloos; daar nam de boot een loods aan boord. 

de drie Bruggelingen Hector Goetinck, Charles Cambier en Robert Deveen
© Stadsarchief Brugge

Goetinck, die zich een man van de zee waande, stelde Charles Cambier gerust. “Ga jij maar onderaan liggen,” zei hij, “ik kruip wel boven je. Met die storm zal de zee onstuimig zijn. Als je zeeziek wordt, ben je beneden beter af voor… de klassieke pot.” Nauwelijks enkele minuten later bevond het schip zich op volle zee en werden de mannen heen en weer geslingerd als een kaatsbal. Het avondmaal kwam sneller terug dan gewenst. Ironisch genoeg was Goetinck zelf de eerste die bezweek. Zijn zorgvuldig verteerde souper belandde prompt in de nek van Cambier, wiens krullen net boven de rand van het bed uitstaken. “Zijt gij die zeeman?” klonk het boos. Niet veel later lagen ook de Bruggelingen kreunend en klagend ten prooi aan de zeeziekte. 

Om vijf uur ’s ochtends kwamen de vertegenwoordigers van de Belgische kleuren lijkbleek aan in Harwich. Vandaar ging het per trein naar Londen, waar ze nog enkele uren rust hoopten te vinden. Van echt herstel was echter geen sprake: de magen bleven rebelleren. ’s Middags kreeg niemand een hap door de keel, en toch wachtte hen diezelfde dag een ontmoeting met de Corinthians, op dat moment het beste amateurelftal van Engeland. Het werd een harde les. België ging met 12-0 onderuit, al hield doelman Marcel Frey de score met enkele knappe reddingen nog enigszins binnen de perken. 

Toch keek Hector Goetinck niet met schaamte, maar met leergierigheid terug op die wedstrijd. Hij raakte naar eigen zeggen amper vijf keer de bal, maar zag iets wat hem zijn hele carrière zou bijblijven. De Engelse linksbuiten passeerde rechtsachter Andrieu telkens met een kinderlijk eenvoudige beweging. “Zodra onze back naar hem toestapte,” schreef Goetinck, “tikte hij de bal voorbij hem en draaide erlangs met een lichte schijnbeweging.” Dat simpele voorbijsnellen werd een handelsmerk van Goetinck zelf. Niet voor niets kreeg ‘de Brugse Gazelle’ die bijnaam: snelheid had hij in overvloed. 

Met een koffer vol tegendoelpunten keerden de Rode Duivels huiswaarts, trots waren ze allerminst. Maar volgens Goetinck wist zijn clubgenoot Robert Deveen het verhaal in Brugge steevast zo te brengen dat het alsnog op een eervolle nederlaag leek. In het café van Charles Cambier, met een grote pot bruin bier voor zich, deed Deveen zijn relaas voor een twintigtal luisteraars met open mond. Hij vertelde hoe de Engelsen met de bal goochelden, hoe de midvoor de bal tegen de winkelhaak joeg met zo’n kracht dat er vonken vanaf sprongen, want lat en paal waren volgens hem met ijzeren platen verstevigd. En dat ene schot, was zo hard dat de bal de vorm van een ei van kreeg. “Berten kon liegen dat hij het zelf geloofde,” besloot Goetinck droogjes. 

In 1923 zou Hector Goetinck nog één keer tegen Engeland aantreden, ditmaal tegen profspelers. Op 1 november, bij de inhuldiging van het Antwerpse stadion, eindigde de wedstrijd op 2-2. In een tijdperk waarin er amper twee of drie interlands per jaar werden gespeeld en Brusselaars vaak een streepje voor hadden, kwam Goetinck toch aan zeventien caps voor de nationale ploeg, en dat ondanks de onderbreking door de Eerste Wereldoorlog. 

Wie nog meer van dit soort anekdoten wil ontdekken over Hector Goetinck en de prille jaren van onze nationale sport nummer één, vindt ze terug in het prachtige boek 'Het bewogen levensverhaal van Hector Goetinck', geschreven door Raf Willems en Stephan Verfaillie, de achterkleinzoon van ‘Torten’ Goetinck.


dinsdag 14 oktober 2025

11 november 1948: Opening Drie Lindenstadion in Watermaal- Bosvoorde


het Drie Lindenstadion aan de Léopold Wienerlaan 60 in Watermaal-Bosvoorde - © Nico Dewaele
    Toen na de Tweede Wereldoorlog het Stade du Vivier d’Oie – het charmante maar verouderde stadion van Racing Club de Bruxelles in Ukkel – zijn beste tijd had gehad, droomde men van iets groots. In Watermaal-Bosvoorde begon de bouw van een nieuw voetbalpaleis, bedoeld voor maar liefst 40.000 toeschouwers. Geen luxueuze zitjes of moderne dakconstructies: het werd een monumentale betonnen kuip, met staanplaatsen rond drie zijden van het veld en één statige hoofdtribune met zitplaatsen langs de vierde zijde.



© Nico Dewaele

    Met dat groots opzet dacht men dat Racing, trotse drager van stamnummer 6, voor eeuwig aan de top zou blijven. Op 11 november 1948 werd het stadion met veel luister ingehuldigd tijdens een vriendschappelijke wedstrijd tegen AC Torino, toen beter bekend als Il Grande Torino — destijds misschien wel het beste elftal van Europa. Zo’n 40.000 toeschouwers vulden de betonnen rangen en zagen Torino overtuigend met 0–3 winnen. Het zou de enige keer blijven dat het stadion werkelijk vol zat. 
Nog geen jaar later, in mei 1949, kwam het voltallige Torino-team om bij de vliegtuigramp van Superga. Geen enkele speler overleefde het – in totaal lieten 31 mensen het leven.

    Maar Racing zelf kende inmiddels ook moeilijke tijden. De club was haar kampioensglorie kwijt en het publiek bleef weg. In de jaren ’50 zakte Racing weg tot in de derde klasse. Vanaf 1954 kon men de kosten van het stadion niet langer dragen, en verhuisde de ploeg noodgedwongen naar het Heizelstadion (nu het Koning Boudewijnstadion). Enkele jaren later, in 1963, fuseerde Racing met White Star AC uit Elsene. Toch bleef het stadion geen voetballoze plek: vandaag speelt RRC Boitsfort nog steeds op deze historische grond.

    Wanneer we in 2020 een bezoekje brachten aan het oude stadion hadden we vooraf al eens gekeken op Google Earth waar we het voetbalveld juist zouden kunnen vinden. Hoewel we de locatie min of meer kenden reden we toch een kwartiertje rond voor we prijs hadden. Het stadion ligt namelijk in een woonwijk perfect verscholen achter bomen, struiken en een aarden wal en daarenboven ligt ook nog eens in een soort kuil. Een unieke voetballocatie die in 2010 gelukkig beschermd monument werd.
    Hieronder nog enkele foto's van het 'vergeten' stadion waarin je met een klein beetje verbeelding nog steeds de echo’s van het verleden hoort klinken – van het geroep van duizenden toeschouwers, tot het gefluit van die ene wedstrijd tegen het legendarische Torino.



© Nico Dewaele


© Nico Dewaele


© Nico Dewaele


© Nico Dewaele


© Nico Dewaele

dinsdag 5 augustus 2025

Royale Union Limbourg (stamnummer 9): Een verhaal van traditie, passie en veerkracht

        Als liefhebber en verzamelaar van voetbalerfgoed vind ik het altijd fascinerend om tijdens een vakantie of uitstapje voetballocaties met een rijke geschiedenis te bezoeken. Tijdens een recent verblijf in de betoverende Hoge Venen trok ik richting het dal van de rivier de Vesder, waar tussen Eupen en Verviers het pittoreske dorp Dolhain ligt, deelgemeente van Limbourg. Mijn doel? Het beroemde Stade Lambert Fourir van Royale Union Limbourg ontdekken, een club met het iconische stamnummer 9.


© Nico Dewaele

© Nico Dewaele


De geboorte van het voetbal in Dolhain

       De voetbalgemeenschap in Dolhain werd aan het einde van de 19e eeuw geboren, toen het Engelse textielkapitaal niet alleen de industrie in de regio vestigde, maar ook het voetbal introduceerde. In 1898 richtte René Joncker, bestuurslid van RC Sportif Verviétois (stamnummer 8), de Dolhain Football Club op. Deze oprichting kwam voort uit een verlangen naar regionale tegenstanders dichter bij huis. Met stamnummer 9, een van de oudste in België, groeide de club al snel uit tot een legende in de Belgische voetbalwereld.

© Nico Dewaele


Het verhaal van de beuk

        Een van de meest kleurrijke hoofdstukken in de geschiedenis van de club is het verhaal van de beuk. Het allereerste voetbalveld van de club had namelijk midden op het speelveld een majestueuze beuk staan. Hoewel aanvankelijk gedoogd door de voetbalbond, bleek dit uiteindelijk onhoudbaar en moest het veld verhuizen. Toch leeft de symboliek van deze boom voort, niet in het minst omdat hij het clublogo sierde — een blijvende herinnering aan de wortels van Royal Dolhain FC.





Terugkeer naar La Bêverie

        Na verschillende verhuizingen keerde de club in 1923 terug naar de buurt La Bêverie (waar het oorspronkelijk speelde), op een terrein dat werd gekocht door een speciaal daarvoor opgerichte coöperatieve. De faciliteiten waren spartaans: een muurtje langs de weg, een metalen omheining, kleedkamers en een kleine douche voor de scheidsrechter. Dat jaar beleefde Dolhain ook zijn glorieuze entree in de Tweede Klasse (toen nog “Bevordering” genoemd), met een knappe vijfde plaats in reeks A. Een van de hoogtepunten was een verrassende 1-0 overwinning tegen SC Anderlechtois — de kampioen van dat seizoen — voor een publiek van maar liefst 2.000 supporters. Na enkele seizoenen in de hogere reeksen zakte Dolhain weer terug naar de lagere divisies.

Knipsel uit Sportwereld van 11 september 1923 over de 1-0 overwinning tegen SC Anderlecht


Fotokaart uit eigen verzameling


Royale Union Limbourg FC

        Na meer dan een eeuw losstaand te hebben gefunctioneerd, fuseerde Royal Dolhain FC in 2014 met FC Union Espagnolle de Dolhain. Zo ontstond Royale Union Limbourg FC, die het prestigieuze stamnummer 9 en het vertrouwde Stade Lambert Fourir behield. De club zet sindsdien de rijke traditie voort in de provinciale reeksen.  

© Nico Dewaele

       
      

Een club met ziel—en een verhaal

        De ziel van deze club schuilt in haar unieke verhaal van doorzettingsvermogen en verbondenheid. Dat werd mij nog maar eens duidelijk toen ik de greenkeeper aansprak die tevens de voorzitter van de Club bleek! Le President, Marc Schyns, vertelde over de zware watersnood in juli 2021 die het hele dal van de Vesder trof. Het water kwam tot wel drie meter boven het veldniveau, waardoor het voetbalterrein en de infrastructuur zwaar beschadigd raakten. De schade was enorm, en het hele terrein moest grondig worden hersteld.

Voorzitter Marc Schyns vlak na zijn dagelijkse ronde met de grasmaaier
© Nico Dewaele

De vernielingen na waterbom in de Vesdervallei (2021)
© Marc Schyns

        Ondanks deze tegenslag is Marc vol vertrouwen over de toekomst van zijn club. Met veel passie en trots vertelde hij dat Union Limbourg in het seizoen 2024/2025 kampioen werd in de vierde provinciale. Een krachtig verhaal van vallen, opstaan en nooit opgeven — precies wat lokaal voetbal zo bijzonder maakt.

© Nico Dewaele

        Dit verhaal langs de oever van de Vesder is er een van erfgoed en enthousiasme, waar elke grasspriet, elke boom en elke toeschouwer de geschiedenis en dromen van generaties weerspiegelt. Royal Dolhain FC en Union Limbourg bewijzen dat voetbal veel meer is dan een spel; het is een verbondenheid die standhoudt, zelfs wanneer het water overstroomt.







Volgens de huidige voorzitter dateert de overkapping
van de tribune uit 1903. Jammer genoeg wil de gemeente deze
niet laten beschermen als monument.




© Nico Dewaele





zaterdag 21 juni 2025

Hector ‘Torten’ Goetinck
Brugge, 5 maart 1886 – Heist-aan-Zee, 25 juni 1943

        Hector Goetinck wordt beschouwd als een van de eerste grote figuren uit de geschiedenis van Club Brugge en het Belgisch voetbal. Hij overleefde zowel de Eerste Wereldoorlog als talloze tackles op het voetbalveld. Toch kwam er op 25 juni 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog, een abrupt en tragisch einde aan zijn leven door een ongelukkige samenloop van omstandigheden.


Eigen bewerking naar een foto van A. Brusselle

Jeugdjaren

       Hector Goetinck werd op 5 maart 1886 geboren in Brugge, waar zijn gezin destijds woonde. Later verhuisde het gezin naar Heist-aan-Zee. In de zomer van 1901 werd Goetinck daar ontdekt door een bestuurslid van Club Brugge, terwijl hij op het strand een balletje trapte met enkele badgasten. Dit moment markeerde het begin van een sprookjesachtige voetbalcarrière.

Club Brugge (1)

        Op vijftienjarige leeftijd maakte Goetinck zijn debuut als rechtsbuiten tegen Cercle Brugge. Op dat moment was hij slechts vijftien jaar oud en speelde hij ook nog als centrale middenvelder bij de scholieren. “Torten”, zoals hij door iedereen werd genoemd, beschikte niet eens over echte voetbalschoenen. Daarom liet hij op zaterdag studs op zijn werkschoenen slaan, die op maandag weer werden verwijderd. Zijn ontwikkeling verliep razendsnel: al op zestienjarige leeftijd stond hij in het eerste elftal, waarin hij maar liefst zevenentwintig jaar actief zou blijven. Tien jaar lang was hij de vaste linksbuiten, daarna zeventien jaar rechtsbuiten. In korte tijd groeide hij uit tot de publiekslieveling van Club Brugge. Met zijn flitsende versnellingen brak hij moeiteloos door verdedigingslinies, snelde hij langs de flank voorbij drie tegenstanders en leverde de bal in volle vaart af voor doel. Zijn snelheid en elegantie leverden hem de bijnaam “De Brugse hinde” op. Dankzij zijn acties, de doelpunten van Robert De Veen en de briljante inzet van Charles Cambier, eindigde Club Brugge in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog drie keer als vicekampioen

Glasnegatief van een foto genomen naar aanleiding van het behalen van de beker van 'La Dernière Heure' (voorloper Beker van België) in 1910. Het was de tweede keer dat de voetbalploeg deze trofee binnenrijfde. Zittend in het midden zien we voorzitter Alfons Demeulemeester. Rechts van hem zien we de spelers Charles Cambier en Edgard Van Bockstaele. Laatstgenoemde is de zoon van ijzergieter Van Bockstaele. Links van de clubvoorzitter zien we de spelers Deveen en 'Torten Goetinck'. © A. Brusselle  

Nationale Ploeg

        Op 6 januari 1906 waagde de Belgische nationale ploeg zich voor het eerst aan een wedstrijd “over de plas”. Op het laatste moment werd de jonge Hector Goetinck aan de selectie toegevoegd voor het duel tegen het befaamde Corinthians FC. Na een negen uur durende boottocht van Antwerpen naar Harwich kwamen de spelers doodsbleek van zeeziekte aan wal. Het waren allerminst ideale omstandigheden om het beste Engelse amateurelftal te bekampen: België werd dan ook met een pijnlijke 11-0 nederlaag huiswaarts gestuurd. In die tijd speelde de nationale ploeg slechts twee à drie interlands per jaar, en door de vierjarige onderbreking tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam Goetinck uiteindelijk tot zeventien caps voor België. Zijn mooiste herinnering beleefde hij op 29 april 1906, toen België in Antwerpen het Nederlands elftal met 5-0 versloeg. Na afloop riep de Nederlandse coach Cees Van Hasselt uit: “Dat zijn geen voetballers, dat zijn Rode Duivels!” Sindsdien draagt het Belgische elftal deze bijnaam. Goetinck sloot zijn interlandcarrière af op 1 november 1923, tijdens de inhuldiging van het stadion in Antwerpen, met een 2-2 gelijkspel tegen Engeland.

13 mei 1906: helemaal rechts op de foto Hector Goetinck bij zijn derde officiële wedstrijd voor de Belgische nationale ploeg.
De wedstrijd in Rotterdam (Schuttersveld) werd met 3-2 gewonnen.
Foto uit Het Gulden Boek van de KBVB 

WO1

        Zoals gebruikelijk in die tijd moest Hector Goetinck in 1906 deelnemen aan de loting in Damme voor zijn legerdienst. De opluchting was groot toen hij aanvankelijk werd vrijgesteld, maar op 2 oktober van dat jaar werd hij toch opgeroepen om een zieke te vervangen. Zo begon hij aan een dienstplicht van 39 maanden bij het 3de Lanciers in Brugge.  

       Vier jaar later, inmiddels getrouwd en vader van twee kinderen, brak de Eerste Wereldoorlog uit en werd Goetinck opnieuw opgeroepen. In oktober 1914, nadat het front zich had gestabiliseerd aan de IJzer, werd hij gestationeerd in Bray-Dunes, net over de grens bij De Panne. Als verbindingsman achter de linies bracht hij op zijn motorfiets berichten naar verschillende posten—een gevaarlijke taak, gezien de omstandigheden aan het front.

Foto's van 'Torten' uit de oorlogsjaren
Foto's uit de familieverzameling

        Voetbal speelde tijdens de oorlog een belangrijke rol in het moreel van de troepen. Goetinck sloot zich aan bij het elftal van de Kanonniers en was al snel een drijvende kracht achter de oprichting van de 'Front Wanderers', een team van Belgische soldaten dat exhibitiematchen speelde in Frankrijk, Engeland en Italië. Onder zijn aanvoerderschap groeide dit team uit tot een bijna onverslaanbare nationale militaire ploeg, die niet alleen sportief succes kende, maar ook het moreel van duizenden Belgische soldaten een boost gaf.

de 'Front Wanderers' in 1917 met links onderaan Hector Goetinck, juist erboven zijn beste vriend Domique ‘Piet’ Baes met de hand rond de schouder van ‘Torten’

        De Front Wanderers toerden onder meer in 1917 door Groot-Brittannië, waar ze in grote stadions speelden tegen Britse en Canadese legerteams. Hun populariteit was enorm, en ze werden zelfs herhaaldelijk uitgenodigd voor nieuwe tournees. Goetinck beschreef later hoe de kameraadschap en het harde frontleven het team sterker maakten: "De Front-Wanderers die allen op het front en dus in de gezonde IJzerlucht leefden, met oefening en hard labeur, hadden hun uithoudingsvermogen versterkt. Een echte kameraadschap heerschte onder alle spelers".

        Toch bracht de oorlog ook persoonlijk leed voor Hector Goetinck. In augustus 1918 verloor hij zijn beste vriend, Dominique ‘Piet’ Baes van Cercle Brugge. Baes werd neergeschoten op weg naar Gijverinkhove, waar de laatste training van de Front Wanderers zou plaatsvinden voordat het team opnieuw naar Engeland zou vertrekken. Het verlies van dierbare sportmaten tekende Goetinck diep, maar hij bleef zich inzetten voor zijn ploeg en het Belgische voetbal.

Club Brugge (2)

        Het absolute sportieve hoogtepunt van Hector Goetinck kwam vlak na de Eerste Wereldoorlog, in het seizoen 1919/20. Toen leidde hij Club Brugge naar hun allereerste landstitel. Opvallend was dat negen spelers in het elftal rechtstreeks van het oorlogsfront kwamen en dus gewend waren aan het harde en rauwe leven. Hun onverzettelijkheid en teamgeest vormden de basis van het succes. Met krachtig, mannelijk voetbal en de snelheid van Goetinck als wapen, raasde Club Brugge als een pletwals over de tegenstand en pakte het op 21 maart 1920 het eerste naoorlogse kampioenschap.

Club Brugge, Belgisch kampioen seizoen 1919-1920 © Brusselle A
Hector Goetinck knielt onderaan links

        De periode van sportieve voorspoed was echter van korte duur. Club Brugge begon langzaam weg te zakken. In 1928 werd Goetinck, die al in april 1927 gestopt was, zelfs op 42-jarige leeftijd teruggehaald in een ultieme poging om de ploeg van degradatie te redden. Vastberaden werkte hij als een bezetene aan zijn conditie, trainde in de duinen en klom trappen om zijn uithoudingsvermogen op te schroeven. Toch bleek de opdracht onbegonnen werk. Vier clubs eindigden met een gelijk aantal punten en moesten een extra eindronde spelen om te bepalen wie degradeerde. Club Brugge verloor al zijn drie wedstrijden en zakte voor het eerst in de clubgeschiedenis naar de tweede divisie.

(Bonds)coach

        Na zijn actieve carrière als speler ontpopte Hector ‘Torten’ Goetinck zich tot een vooruitstrevende trainer, onder meer bij Club Brugge en de nationale ploeg. Hij introduceerde voor die tijd revolutionaire trainingsmethoden, zoals individuele conditietraining en het laten lopen van jonge spelers in de duinen om hun kracht en explosiviteit te vergroten. Goetinck was de eerste Belgische bondscoach die de Rode Duivels leidde op het allereerste WK voetbal in 1930 in Uruguay. Tijdens de drie weken durende bootreis hield hij zijn spelers in vorm met gymnastiekoefeningen op het dek van het schip. Ondanks deze innovatieve aanpak werd België al na twee groepswedstrijden uitgeschakeld en moest het vroegtijdig huiswaarts keren. Goetinck bleef bondscoach tot 1934.

De eerste Belgische WK-selectie op het schip Conte Verde (1930).
Bovenaan link staat coach Hector Goetinck.

        Naast zijn werk bij de nationale ploeg trainde hij tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verschillende clubs, waaronder AS Oostende, Stade Kortrijk, Gantoise, Club Ronse, US Tielt, FC Knokke en Red Star Waregem. In 1940 zette hij een punt achter zijn voetbalactiviteiten om zich volledig te wijden aan zijn taak als burgemeester van Heist.

Noodlot

        Hector Goetinck kwam op tragische wijze om het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de nacht van 25 juni 1943 sloeg een vliegtuigbom in op een rijhuis op nauwelijks honderd meter van zijn woning, gelegen op de hoek van de Square Albert (nu De Kinkhoorn) en de Louis Parentstraat in Heist-aan-Zee. Het bombardement vond plaats rond drie uur ’s nachts en zorgde voor grote paniek in de buurt. Hoewel het getroffen huis volledig werd vernield, vielen er daar geen doden of gewonden. Een rondvliegend stuk schrapnel trof echter de slapende Goetinck fataal in zijn eigen huis. 

         Na zijn overlijden werd Hector Goetinck met veel eerbetoon begraven, na een druk bijgewoonde dienst in de Sint-Antonius Abtkerk van Heist. Zijn graf lag aanvankelijk op het kerkhof aan de Heistlaan, maar werd in de jaren zeventig overgebracht naar de nieuwe begraafplaats van Heist, nadat het oude kerkhof werd ontruimd. Tot op de dag van vandaag brengt zijn achterkleinzoon, en fervent Club Brugge-supporter, Stephan Verfaillie voor belangrijke wedstrijden nog altijd een bezoek aan zijn graf om de herinnering aan deze blauw-zwarte legende levend te houden.

Het vernielde huis in de Louis Parentstraat
Foto: website Zwinstreek.eu

Voetbalanecdoten (1942) - Het bewogen levensverhaal van Hector Goetinck (2025)


        Kort voor zijn dood brengt Hector Goetinck een boekje uit met de veelzeggende titel "Voetbalanecdoten". In deze novelle beschrijft Goetinck zijn voetbalcarrière en vermijdt hij niet om de oorlog daarin te verwerken. Hoewel het verhaal romantisch is opgeklopt, biedt het een prachtig beeld van de tijd en de rol die voetbal achter het front speelde.


        Meer dan tachtig jaar na het overlijden van Hector Goetinck heeft zijn achterkleinzoon Stephan Verfaillie het levensverhaal van deze pionier van het Belgische voetbal opnieuw opgetekend. Met zijn schitterende, lijvige en rijk geïllustreerde boek ‘Het bewogen levensverhaal van Hector Goetinck’ (meer dan 300 pagina’s) brengt Stephan het verhaal van zijn overgrootvader opnieuw tot leven. Zo zorgt hij ervoor dat de pioniersrol van Hector Goetinck in het Belgische voetbal niet in de vergetelheid raakt en blijft diens erfenis voortleven bij huidige en toekomstige generaties.

dinsdag 20 mei 2025

Donderdag 21 mei 1925
Hongarije - België 1-3
Een stunt van formaat in Boedapest

       
Groepsfoto van de Belgische delegatie in één de stations onderweg
foto uit eigen collectie

In mei 1925 trokken de Rode Duivels op een heuse mini-tournee door Europa, met een zware verplaatsing per trein naar Hongarije en Zwitserland. Tussen 17 en 26 mei stonden twee internationale duels gepland, waarvan het eerste meteen een stevige uitdaging was: een uitwedstrijd tegen het technisch hoog aangeschreven Hongarije.


Een daverende start

Beide ploegen poseerden samen voor de foto
België (geknield): reservedoelman Paty (?), Jan De Bie, Armand Swartenbroeks, Frans Demol, Raymond Braine, André Fierens, Victor Houet, Pierre Braine, Joseph Augustus, Laurent Grimonprez, Ferdinand Adams, Ivan Thys en reservespeler August Fierens
foto uit eigen collectie

Met open mond keken de Rode Duivels voor de aftrap naar de technische hoogstandjes van de Hongaren bij hun opwarming voor de 20000 opgekomen toeschouwers in het Mtk stadion in Budapest. Vrijwel zeker waren die gasten van een 10-0 overwinning aan het dromen, maar na negen minuten stoof Raymond Braine langs zijn lijn, er kwam een lange voorzet naar de overkant tot bij Ivan Thys die op zijn beurt een grond scherende pas gaf aan Victor Houet die de bal via de paal binnen kegelde. 0-1!  

Tactisch meesterschap

Verdediger Dré Fierens had de loodzware opdracht om de beruchte spits György Orth uit de match te houden, en deed dat zó grondig dat Orth geblesseerd in de kleedkamer achterbleef na de rust. België liep nog verder uit via treffers van Ferdinand Adams ('64) en Ivan Thys ('80), de vader van de latere bondscoach Guy Thys. Hongarije kon via Rudolf Jeny nog milderen tot 1-3, maar verder kwamen ze niet.

Held in doel

Doelman Jan De Bie groeide uit tot de absolute held van de match. Volgens ex-international en journalist van dienst Hector Goetinck pareerde hij maar liefst 41 doelpogingen en hield hij zijn team meermaals recht.

Op de schouders van het publiek

Bij het eindsignaal stormden duizenden Hongaarse fans het veld op. Raymond Braine beschreef het moment later in zijn memoires (1949) als volgt: "Bij het eindsignaal zag ik plots als een alles wegkerende mensengolf, duizenden toeschouwers het speelveld bestormen. Zo een hele bange was is wel nooit geweest, maar feitelijk had ik toch ook nooit van een bloedneus en een koppel blauw ogen gehouden. Gelijk een zot koerste ik de brand uit regelrecht naar de kabien, riskeerde nog even mijn hoofd om te draaien en zag mijn tien medespelers door de opgetogen massa in triomf gedragen! Zo bewezen de Hongaren hun sympathie aan hun overwinnaars. In Budapest klopt er een hart van sportieviteit want... moest het u, vriend speler, ooit in België eens gebeuren dat gij op verplaatsing tijdens het kampioenschap, na een overwinning de toeschouwers het veld ziet overrompelen, dat geef ik u de raad op slag klikken en klakken te pakken en in derde vitesse de veiligheid van uw kleedkamer op te zoeken."

De volledige Belgische delegatie op de trappen van het Vissersbastion in Boedapest
foto uit eigen collectie

Slotwedstrijd in Zwitserland

Drie dagen later, op 24 mei, namen de Duivels het op tegen Zwitserland. In een fysieke en gesloten partij bleven beide ploegen steken op een 0-0 gelijkspel. Daarmee sloten de Belgen hun geslaagde tournee af met een overwinning en een draw, en vooral: met respect afgedwongen in het buitenland.




zaterdag 6 januari 1906 Corinthians - België 12-0 De Nationale ploeg steekt voor het eerst het kanaal over          ...