vrijdag 14 augustus 2026

29 augustus 1926
100 jaar voetbalgeschiedenis:
De iconische hoofdtribune van Union Saint-Gilloise

       

Op 29 augustus 1926 werd de nieuwe hoofdtribune van Union Saint-Gilloise officieel ingehuldigd. Honderd jaar later staat ze nog altijd in het Dudenpark. Een monument dat niet alleen naar de geschiedenis kijkt, maar er nog elke dag deel van uitmaakt. 

© Nico Dewaele

Er zijn voetbalstadions waar je naar binnen gaat om een wedstrijd te bekijken. En er zijn stadions waar je, nog voor de aftrap, even blijft stilstaan om naar het gebouw zelf te kijken. Het Joseph Marienstadion van Union Saint-Gilloise behoort tot die tweede categorie. De imposante hoofdtribune, met haar karakteristieke gevel, glas-in-loodramen en sculpturen, is één van de meest bijzondere overblijfselen uit de gouden periode van het Belgische voetbal. Op 29 augustus 2026 is het precies honderd jaar geleden dat deze tribune officieel werd ingehuldigd. Honderd jaar, een eeuw waarin het voetbal volledig veranderde, maar waarin deze tribune bleef staan. 

Van La Butte naar een monument 

Het verhaal begint eigenlijk al in 1919. Union Saint-Gilloise, op dat moment één van de absolute grootmachten van het Belgische voetbal, had een nieuwe thuis gevonden in het Dudenpark in Vorst. Op 14 september 1919 werd het stadion officieel in gebruik genomen. Het kreeg de naam Stade de la Butte, naar de heuvelachtige omgeving waarin het werd aangelegd. De officiële opening was meteen een gebeurtenis van formaat: het grote Milan FC, het latere AC Milan, kwam naar Brussel voor een galawedstrijd tegen Union. De thuisploeg won met 3-2. 

La Butte bij de opening in 1919
Foto: Le Patriot Illustré (21 sept. 1919)

Een jaar later kreeg het stadion opnieuw een historische rol. Tijdens de Olympische Spelen van 1920 werden er drie wedstrijden van het voetbaltoernooi gespeeld. Ook de eerste officiële wedstrijd van de Spaanse nationale ploeg vond hier plaats. Het Dudenpark was daarmee al vroeg een belangrijke plaats op de Belgische en internationale voetbalkaart. Maar het stadion dat we vandaag kennen, moest nog worden gebouwd. 

Een tribune die er bijna nooit kwam 

Begin jaren twintig kwam de toekomst van Union in het Dudenpark plots in gevaar. De gemeente Vorst wilde op de plaats van het stadion een nieuw gemeentehuis bouwen. Voor Union dreigde een onteigening en het verdwijnen van zijn thuishaven. Er kwam protest van supporters en inwoners. Uiteindelijk mengde ook de Belgische voetbalbond zich in de discussie. De plannen werden afgevoerd en Union kon in het Dudenpark blijven. Achteraf bekeken was dat een bijzonder belangrijk moment. Want zonder die strijd zou de monumentale tribune die we vandaag kennen er nooit hebben gestaan. 

Joseph Marien heeft grootse plannen 

De man die de toekomst van Union vervolgens mee vormgaf, was Joseph Marien. De steenrijke voorzitter wilde  zijn club een accommodatie geven die bij haar ambities paste. Het stadion werd daarom grondig uitgebreid en vernieuwd. De nieuwe installaties werden ontworpen door architect Albert Callewaert. Het meest opvallende onderdeel was uiteraard de nieuwe hoofdtribune. De gevel kreeg een lengte van ongeveer 110 meter en werd uitgevoerd in een combinatie van rode en witte baksteen. Onder de tribune kwamen grote glas-in-loodramen, waarin onder meer het clublogo werd verwerkt. Maar Callewaert en Marien wilden duidelijk meer dan alleen een praktische tribune. De gevel kreeg een uitgesproken architecturale uitstraling. 

foto: website Arichviris.be

Voetbal en atletiek in steen gebeiteld 

Een bijzonder onderdeel van de tribune zijn de decoratieve panelen in de gevel. De Brusselse beeldhouwer Oscar De Clerck ontwierp zeven panelen met verwijzingen naar voetbal en atletiek. Dat was geen toevallige keuze. Union was in die periode immers niet alleen een succesvolle voetbalclub. Ook de atletiekafdeling speelde een belangrijke rol binnen de vereniging. De twee sporten werden daarom letterlijk onderdeel van de architectuur van het stadion. Wie vandaag naar de gevel kijkt, ziet dus niet zomaar decoratie. De beelden vertellen iets over de sportcultuur van Union in de jaren twintig. Dat maakt de tribune zo bijzonder: het gebouw vertelt zelf het verhaal van de club. 

© Nico Dewaele

110 dagen 

De snelheid waarmee de nieuwe tribune werd gerealiseerd, was voor die tijd indrukwekkend. In de verslaggeving rond de inhuldiging wordt vermeld dat de werkzaamheden in ongeveer 110 dagen werden uitgevoerd. De tribune bood plaats aan ongeveer 4.500 toeschouwers, met zo'n 3.000 zitplaatsen en 1.500 staanplaatsen. Maar het bouwwerk was veel meer dan een verzameling zitplaatsen. Onder de tribune werden verschillende ruimtes ingericht: kleedkamers, een lokaal voor de scheidsrechters, een grote vergaderzaal voor de clubleden, een secretariaat en een café. Ook waren er verschillende doorgangen en voorzieningen die de spelers rechtstreeks naar het veld brachten. Voor een voetbalstadion uit 1926 was dat bijzonder vooruitstrevend. 

De bestuurskamer ademt ook nu nog steeds de sfeer van de Jaren '20 uit.
© Nico Dewaele

29 augustus 1926 

En dan was het zover. Zondag 29 augustus 1926. De nieuwe installaties van Union Saint-Gilloise werden officieel ingehuldigd. De plechtigheid kreeg meteen een koninklijk tintje. Prins Karel was aanwezig en werd door de Union-bestuurders en andere prominenten ontvangen. Het werd geen gewone voetbalnamiddag, maar een volledige sportmanifestatie. Op het programma stonden verschillende atletiekwedstrijden, waaronder loopnummers, estafettes en speerwerpen. Daarna volgde het voetbalduel tussen Union Saint-Gilloise en Dordrechtse F.C. De historische krant beschrijft hoe de prins in de eretribune werd ontvangen en hoe duizenden toeschouwers de nieuwe accommodatie kwamen bewonderen. De nieuwe tribune moest duidelijk indruk maken. En dat deed ze.

links: Omringd door de bestuurders van Union en de gemeentelijke vertegenwoordigers van Sint-Gillis beantwoordt de prins het applaus waarmee hij werd begroet bij zijn aankomst in de nieuwe accommodatie van de club uit Sint-Gillis, onder de bomen van het Dudenpark.

rechts: Een wedstrijd tussen Union Saint-Gilloise en de Dordrecht Football Club (Nederland) vormde het hoogtepunt van de inhuldiging van de nieuwe tribunes. Prins Karel had zijn marine-uniform ingeruild voor dat van onderluitenant bij de gidsen en kreeg de eer om de aftrap te geven. De Nederlanders wonnen de wedstrijd met.

Foto's: Le Patriot Illustré (5 sept. 1926)

Een stadion voor tienduizenden 

De hoofdtribune was slechts één onderdeel van de enorme uitbreiding. Rond het veld lagen grote staanplaatsen. De totale capaciteit van het stadion werd in die periode opgevoerd tot ongeveer 35.000 toeschouwers. Dat cijfer zegt veel over de plaats die Union toen innam in het Belgische voetbal. Een wedstrijd in het Dudenpark kon een enorme massa op de been brengen. Het stadion was ontworpen voor een tijd waarin tienduizenden supporters naar een voetbalwedstrijd kwamen en waarin staanplaatsen rond het veld nog de norm waren. De hoofdtribune vormde het statige middelpunt van dat geheel. Een indrukwekkend bouwwerk dat niet alleen plaats bood aan supporters, maar ook het prestige van Union moest uitstralen.

Het stadion in de jaren '30 van vorige eeuw
Foto: Miroir des Sports

De naam Joseph Marien 

De tribune werd gebouwd onder impuls van voorzitter Joseph Marien. Ironisch genoeg zou hij zelf niet lang genoeg leven om de grootste successen mee te maken die zijn stadion later zou kennen. Op 19 februari 1933 overleed Marien na een hartaanval op de dag van de derby tegen Daring. Later dat jaar werd het stadion naar hem genoemd. Vanaf dan werd Stade de la Butte het Joseph Marienstadion. De naam bleef. En de tribune bleef eveneens staan.

Joseph Mariën was niet alleen voorzitter van Union, maar ook een gedrevenlangeafstandsloper en veldloper. In 1925 werd hij Belgisch kampioen op de 10.000 meter en in 1928 nam hij deel aan de Olympische Spelen in Amsterdam.
foto: Collectie Nico Dewaele

Een stille getuige van de geschiedenis 

Dat is misschien wel het mooiste aan deze plek. De tribune heeft sindsdien een eeuw voetbalgeschiedenis meegemaakt. Ze zag de grote successen van Union. Ze zag de legendarische periode van Union '60, toen de club tussen 1933 en 1935 zestig wedstrijden op rij ongeslagen bleef. Ze zag generaties spelers en supporters komen en gaan. Ze zag het Belgische voetbal veranderen van een amateuristische sport tot een professionele miljoenenbusiness. En toch staat ze er nog altijd.

Beschermd erfgoed 

De bijzondere historische waarde van de hoofdtribune werd uiteindelijk ook officieel erkend. In 2010 werd het Joseph Marienstadion als monument beschermd. Dat betekent dat niet zomaar alles kan worden verbouwd, verwijderd of aangepast. De historische structuur en de architecturale elementen moeten zoveel mogelijk behouden blijven. En dat levert soms merkwaardige situaties op. Dat bleek nog maar vorig jaar, toen Union in de kleedkamers een ijsbad wilde installeren. Een ijsbad is natuurlijk een moderne voorziening die perfect past binnen de hedendaagse topsport, maar het gebouw zelf trekt een duidelijke grens. Om het bad op de gewenste plaats te krijgen, moest het houten beslag van de deur naar de ruimte worden verwijderd. Dat was noodzakelijk om het bad binnen te kunnen brengen, maar tegelijk moest ervoor worden gezorgd dat de historische elementen van het gebouw niet verloren gingen. Het is misschien maar een klein detail. Maar het vertelt eigenlijk een prachtig verhaal. Een hypermodern ijsbad van de 21ste eeuw dat rekening moet houden met een historische deur uit 1926. Precies daarin komt de bijzondere situatie van het Joseph Marienstadion mooi tot uiting. Hier moeten verleden en heden letterlijk met elkaar samenwerken. De spelers van vandaag trainen er met moderne technologie en moderne voorzieningen, terwijl de muren, deuren en tribunes hen herinneren aan een tijd waarin het voetbal er totaal anders uitzag.

© Nico Dewaele

Een monument dat nog altijd leeft 

Veel historische voetbalstadions bestaan vandaag alleen nog op foto's. Andere werden volledig verbouwd, zodat van de oorspronkelijke accommodatie nauwelijks iets overblijft. In het Joseph Marienstadion is dat anders. Hier staat de hoofdtribune nog altijd op dezelfde plaats. Nog altijd langs hetzelfde veld. Nog altijd onderdeel van een voetbalstadion. Dat maakt haar uniek. Het is niet zomaar een monument waar je naar kunt kijken. Het is een monument waarin nog altijd voetbal wordt gespeeld. Voor mij is dit misschien wel de mooiste manier waarop een gebouw zijn geschiedenis kan bewaren.

© Nico Dewaele

Honderd jaar 

Op 29 augustus 2026 is het precies honderd jaar geleden dat Prins Karel in het Dudenpark aanwezig was voor de officiële inhuldiging van de nieuwe installaties van Union Saint-Gilloise. Wat toen een splinternieuwe, moderne tribune was, is vandaag een beschermd stukje Belgisch voetbalerfgoed. Een eeuw later staan de stenen van de gevel nog steeds op elkaar. De glas-in-loodramen herinneren nog altijd aan Union. De sculpturen van Oscar De Clerck vertellen nog altijd hun verhaal over voetbal en atletiek. En boven het veld staat nog steeds de tribune die in 1926 zoveel indruk maakte. Honderd jaar oud. Honderd jaar voetbal. En nog altijd geen museumstuk. Misschien is dat wel het mooiste aan de historische hoofdtribune van Union Saint-Gilloise. Ze bewaart het verleden, maar ze leeft nog altijd in het heden. En zolang er op het veld onder die honderdjarige tribune nog gevoetbald wordt, blijft dit bijzondere stukje Belgische voetbalgeschiedenis ook echt onderdeel van het voetbal zelf.

© Nico Dewaele

De charme van toen, de noden van vandaag 

Hoe graag supporters en erfgoedliefhebbers de historische hoofdtribune ook zien, het Joseph Marienstadion heeft één groot probleem: het is niet meer aangepast aan de eisen van het moderne profvoetbal. Dat wordt misschien nergens duidelijker dan in de kleine perszaal onder de tribune.

© Nico Dewaele

 Waar journalisten vandaag met laptops proberen verslag uit te brengen van wedstrijden, zitten ze letterlijk in een ruimte die nauwelijks nog te vergelijken is met de moderne persfaciliteiten van een hedendaags profstadion. Ook voor supporters is de infrastructuur beperkt. Volgens Union zijn er te weinig ruimtes voor pers- en vip-ontvangst en ontbreken er geschikte verzamelruimtes voor veiligheids- en medisch personeel op wedstrijddagen. En het probleem gaat verder dan alleen de kleine ruimtes. De historische hoofdtribune is beschermd en daardoor kan de gevel niet zomaar worden aangepast. Ook het omliggende Dudenpark is beschermd, waardoor een uitbreiding van het stadion evenmin vanzelfsprekend is. Een studie van perspective.brussels concludeerde bovendien dat een verbouwing of uitbreiding van het huidige stadion niet haalbaar is. Union kijkt daarom naar de bouw van een nieuw, modern en ecologisch stadion in Vorst met bijna 16.000 plaatsen, dat moet voldoen aan de Belgische en Europese veiligheidsnormen. De tribune die in 1926 een toonbeeld van moderniteit was, is vandaag zelf een monument geworden. Precies daarom moeten verleden en toekomst naast elkaar blijven bestaan. Het Joseph Marienstadion verdient het om bewaard te blijven als uniek stukje voetbalerfgoed. Maar Union heeft ook een stadion nodig waarin het voetbal van de 21ste eeuw kan worden gespeeld. Misschien vat de piepkleine perszaal dat dilemma wel perfect samen: veel geschiedenis, veel karakter, maar simpelweg te weinig ruimte voor de toekomst.

De steile weg terug uit het perszaaltje
© Nico Dewaele

1926 – 2026 

Wanneer je foto's van de tribune uit 1926 naast foto's van vandaag legt, valt vooral op hoe sterk haar oorspronkelijke karakter bewaard is gebleven. 

Collectie Nico Dewaele

© Nico Dewaele

Collectie Nico Dewaele

© Nico Dewaele

Collectie Nico Dewaele

© Nico Dewaele

Collectie Nico Dewaele

© Nico Dewaele

Collectie Nico Dewaele

© Nico Dewaele








29 augustus 1926 100 jaar voetbalgeschiedenis: De iconische hoofdtribune van Union Saint-Gilloise          ...