Op het veld van Cercle Sportif Brugeois (Cercle Brugge) lijkt er die namiddag aanvankelijk weinig aan de hand. Cercle ontvangt Union Saint-Gilloise in een competitiewedstrijd die eindigt op 1-1. De wedstrijd zelf verloopt grotendeels rustig. Scheidsrechter Theuerkauff houdt de touwtjes stevig in handen en ernstige incidenten blijven uit. Maar zodra het laatste fluitsignaal klinkt, verandert de sfeer volledig. Wat daarna gebeurt, groeit uit tot een van de meest beruchte incidenten uit de vroege geschiedenis van het Belgische voetbal.
|
| Een wedstrijdbeeld zoals het er ongeveer moet hebben uitgezien in 1911 |
Een bezoek met een voorgeschiedenis
De komst van Union naar Brugge was allesbehalve een gewone verplaatsing. De herinnering aan wat zich anderhalf jaar eerder had afgespeeld, was nog springlevend. Op 7 mei 1910 stonden Union Saint-Gilloise en Football-Club Brugeois (Club Brugge) tegenover elkaar tijdens het 'Tournoi de l'Exposition' in Brussel. Tijdens die wedstrijd raakte Charles Cambier, de Brugse aanvoerder, zwaar geblesseerd na een botsing met Guillaume 'Lommeke' Vanden Eynde van Union.
|
Cambier liep een dubbele beenbreuk op. Toch is het belangrijk om Vanden Eynde niet af te schilderen als iemand die bewust zijn tegenstander zwaar wilde verwonden. De botsing met Charles Cambier werd niet beschouwd als een vooraf beraamde aanslag. Het ging om een harde actie tijdens een wedstrijd, waarbij Cambier ongelukkig ten val kwam en de dubbele breuk opliep. Voor het Brugse publiek maakte dat onderscheid weinig verschil. Cambier was hun aanvoerder en een van de bekendste spelers van de Football-Club Brugeois. Zijn zware blessure zorgde voor enorme verontwaardiging en Vanden Eynde werd in Brugge voortaan met grote vijandigheid bekeken.
![]() |
| Charles Cambier foto: Onze Kampioenen (nov. 1911) |
De zaak kreeg bovendien een juridisch en sportief staartje. Hoewel er geen sprake was van een bewuste poging om Cambier te verwonden, vond de bond dat de manier waarop Vanden Eynde had gespeeld te gevaarlijk en ontoelaatbaar was. De gevolgen waren uitzonderlijk zwaar: hij werd aanvankelijk levenslang uitgesloten van de voetbalvelden, wat later terug gebracht werd naar één jaar.
|
|
Beide speler samen bij de Belgische nationale ploeg in 1906 foto: Guldenboek van de KBVB |
En nu, op 29 oktober 1911, stond diezelfde Vanden Eynde opnieuw in Brugge. Het was zijn eerste verschijning in de stad sinds het ongeval met Cambier. Of zijn aanwezigheid de gemoederen werkelijk opnieuw verhit had, valt niet met zekerheid te zeggen. Maar de omstandigheden waren in ieder geval explosief.
De Unionisten komen voorbereid naar Brugge
De Brusselaars hadden blijkbaar rekening gehouden met een moeilijke ontvangst. Ze waren met een zogenaamde char-à-bancs naar Brugge gekomen: een grote, gesloten huifkar die door twee paarden werd getrokken, ook wel paardentram genoemd.
Na de wedstrijd zouden ze die koets echter nog hard nodig hebben. Supporters van zowel Cercle als Club Brugge waren massaal aanwezig. Volgens een verslag waren er duizenden supporters, die niet bepaald veel sympathie hadden voor de Brusselaars. De spanning tussen beide kampen was voelbaar.
Op het veld zelf bleef alles nog betrekkelijk rustig. Cercle en Union deelden de punten na een 1-1 gelijkspel. Union kwam na twintig minuten op voorsprong, maar kort na de rust maakte Cercle gelijk. Daarna kregen beide ploegen nog kansen, zonder dat er een winnaar uit de bus kwam.
Niemand kon toen vermoeden wat er buiten het terrein stond te gebeuren.
Sabotage van de koets
Tijdens de wedstrijd hadden enkele supporters van (Club) Brugge blijkbaar kans gezien om ongemerkt de dissel van de koets bijna volledig door te zagen.
Na het laatste fluitsignaal stapten de inderhaast omgeklede spelers van Union haastig in. Ze wilden zo snel mogelijk vertrekken. De koetsier sprong op de bok, gaf de paarden de sporen...
... en toen brak de dissel
De huifkar werd vrijwel onbestuurbaar en slingerde over de Brugse kasseien. Daarmee werd het voertuig, met de Union-spelers erin, een bijzonder gemakkelijk doelwit. Rondom hen stond een grote menigte. En die menigte was niet bepaald van plan om hen rustig te laten vertrekken.
Een regen van stenen
Volgens de beschrijvingen die de volgende dag verschenen, werden de ruiten van de koets ingegooid. Stenen vlogen door de gebroken ramen naar binnen. De spelers van Union konden weinig anders doen dan zich op de vloer van het voertuig werpen en hun valiezen voor hun gezicht houden om zich enigszins tegen de projectielen te beschermen. Het beeld moet hallucinant zijn geweest: een met twee paarden getrokken koets die stuurloos over de straat reed, terwijl een woeste menigte erachteraan trok en stenen naar binnen gooide.
Een plaatselijk verslag had bovendien bijzondere aandacht voor de rol van een groep jonge jongens. Het ging om kinderen van ongeveer acht tot twaalf jaar oud, die zich bij de rel hadden aangesloten. De journalist beschreef hen bepaald niet vriendelijk en vergeleek hen met de jongens die in de zomer langs de Brugse reien schilderijen van straatkunstenaars met modder bekogelden.
De spoorweg als reddingsboei
De vlucht van Union eindigde gelukkig niet in een tragedie. Na heel wat geworstel bereikte de koets de spoorweg. Daar kwam onverwachte hulp van een bareelwachter. Die sloot de weg af zodra de koets de spoorwegovergang was gepasseerd.
Het was blijkbaar net genoeg om de achtervolgers op afstand te houden. Uiteindelijk slaagde het gezelschap erin het station te bereiken.
De spelers waren er zonder ernstige verwondingen vanaf gekomen, maar de tocht was allerminst ongeschonden verlopen. Een ander verslag bevestigt dat de ruiten van het rijtuig waren gesneuveld, maar dat de spelers dankzij het optreden van de Brugse spelers en de rijkswacht ongedeerd bleven.
Jaren later vertelde Emile Hanse, toen speler bij Union, het volgende in het tijdschrift Le Moustique: "Ik weet niet waar de Bruggelingen hun munitie vandaan hadden gehaald, maar met de stenen die we naar ons hoofd kregen, had men een huis kunnen bouwen."
Ook de bondsafgevaardigden waren niet veilig
De spelers van Union waren overigens niet de enigen die het moesten ontgelden. Een van de slachtoffers was Alfred Verdyck, secretaris en vertegenwoordiger van de voetbalbond. Hij riskeerde het om op een bepaald moment zijn hoofd door een verluchtingsraampje in het dak van de koets te steken.
|
|
Alfred Verdyck was decennialang een invloedrijke figuur bij de Belgische Voetbalbond als secretaris-generaal (foto: unknown) |
Twee stenen troffen hem recht in het gezicht. Door de glasscherven liep hij een hoofdwonde op en moest hij zijn verdere reis zonder zijn typische brilletje voortzetten. Het incident was daarmee veel meer geworden dan een uit de hand gelopen supportersruzie.
De voetbalbond zelf was rechtstreeks getroffen.
Brugge onder druk
De gebeurtenissen hadden dan ook verstrekkende gevolgen. In afwachting van een onderzoek kregen de clubs aanvankelijk de vrijheid om zelf te beslissen of ze nog naar Brugge wilden afreizen voor competitiewedstrijden. Dat leidde meteen tot praktische problemen.
Toen de beslissing om opnieuw naar Brugge te reizen pas enkele uren voor de volgende speeldag werd genomen, was het voor Excelsior SC bijvoorbeeld te laat om nog een verplaatsing naar Cercle te organiseren. De ploeg kwam eenvoudigweg niet opdagen. De druk op de voetbalbond nam toe. Bondssecretaris Alfred Verdyck en zijn assistent Alphonse Istace dreigden zelfs met ontslag omdat sancties volgens hen te lang uitbleven.
Uiteindelijk werd na overleg met het Ministerie van Justitie besloten extra ordediensten in Brugge in te zetten.
Maar er kwam nog een opmerkelijke maatregel. Zowel Cercle als Club Brugge kregen de verplichting om bij hun thuiswedstrijden gesloten rijtuigen ter beschikking te stellen van bezoekende ploegen. Bovendien moesten ook Brugse bestuurders in die rijtuigen plaatsnemen.
Een voetbalwedstrijd organiseren was in Brugge blijkbaar even geen kwestie meer van alleen een veld, een bal en twee ploegen.
Ook vandaag kunnen de emoties rond het voetbal soms nog hoog oplopen. De zaag en de dissel van de paardentram zijn dan wel verleden tijd, maar jammer genoeg wordt er nog wel eens een (supporters)bus onder (bengaals) vuur genomen.
![]() |
| 't Zand Brugge, november 2025 |








