zaterdag 8 oktober 2022

Armand Swartenbroeks
Laken, 30 juni 1892 - Koekelberg, 3 oktober 1980

        Deze kopbalsterke verdediger behaalde 3 titels met Daring Club de Bruxelles, was frontarts tijdens WOI en WOII, trok tijdens WOI door Europa met de ‘Front Wanderers’ om geld in te zamelen voor oorlogsslachtoffers, speelde 53 interlands voor België, leidde de Rode Duivels naar Goud op de eerste naoorlogse Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen en werd in 1956 ook nog eens burgemeester van Koekelberg. Een echte legende al doet de naam Armand Swartenbroeks jammer genoeg bij weinigen een belletje rinkelen…

Breed postuur, een hoekig hoofd met een 'militaire' bros,
borstelige wenkbrauwen en een typische moustache.
Armand Swartenbroeks meteen herkenbaar op
foto's uit vorige eeuw.
© KNVB

Jeugdjaren

        Het gezin van Joseph Swartenbroeks en Victorine De Brauwere telde twee zonen, Armand (1892) en Alexis (1894). Wanneer Armand nog heel klein is verhuist de familie hun kruidenierszaak van Laken naar de Avenue de Jette in Koekelberg. De Brusselse gemeente kende eind de negentiende eeuw een bevolkingsexplosie wat hun zaak zeer zeker ten goede kwam. Omdat er echter weinig tijd over was voor de opvoeding van hun kinderen nemen de ouders de weloverwogen beslissing om Armand zijn lagere en secundaire studies op internaat in het verre Athenée Royal de Namur te laten afwerken. Op de kostschool bestaat de vrijetijdsbesteding vooral uit voetballen en al vlug blinkt Armand uit tijdens voetbaltornooitjes met andere scholen. Niet alleen op sportief vlak doet Armand het uitstekend, ook zijn studieresultaten waren schitterend. In 1910 kiest hij er dan ook voor om de studierichting geneeskunde te volgen aan de Vrije Universiteit Brussel. 

Avenue de Jette in Koekelberg waar de kruidenierszaak
van de familie Swartenbroeks gevestigd was.
(Postkaart uit eigen verzameling)

Daring Club de Bruxelles

        Terwijl hij studeert blijft zijn vrijetijdsbesteding integraal uitgaan naar voetbal, zowel in het universiteitsteam als bij de fabrieksploeg van Victoria Football Club Berchem-Sainte-Agathe van de gelijknamige koekjesfabriek Victoria. Daar wordt zijn talent al vlug opgemerkt door een bestuurslid van eersteklasser Daring Club de Bruxelles. Het rood en zwarte ‘Den Deiring’ is op dat moment, naast Racing Club de Bruxelles, Léopold Club en Union Saint-Gilloise, één van de vier Brusselse topclubs. Weliswaar de enige van de vier met een volkse aanhang in een periode waar voetbal redelijk elitair was – wat na de oorlog gelukkig zou veranderen. In 1911 tekent hij zijn aansluitingskaart om in eerste instantie te testen bij de reserveploeg. Al snel wacht hem een doorbraak bij het eerste elftal wanneer linksbinnen Braeckman gekwetst uitvalt. Swartenbroeks mag de plaats in de voorhoede innemen, een positie die hij bij zijn vorige teams gewoon was geweest in het toenmalige standaardsysteem met vijf aanvallers (2-3-5). Wanneer na enige tijd één van de twee backs uitvalt wordt de negentienjarige Armand twee rijen naar achteren verschoven, een gouden zet zou later blijken. Met zijn bonkig lichaam straalt hij gezag uit, zijn kopspel is prima, zijn lange passes zuiver en zijn tackles snoeihard maar altijd fair. Met Swartenbroeks als vaste waarde wordt Daring in het seizoen 1911-1912 voor het eerst kampioen van België.
Van 1 augustus 1912 tot 30 december 1913 vervult Armand zijn dienstplicht. Hoewel hij gekazerneerd is in het Fort van Luik, blijft hij tijdens het seizoen 1912-1913 een leidersrol vertolken in de verdediging van Daring.

Armand met de Brusselse Selectie voor een wedstrijd tegen Parijs
Stade Bauer, Saint-Ouen (1 november1912)
(Postkaart uit eigen verzameling)

Nationale ploeg

        Op 20 april 1913 wordt Armand voor het eerst geselecteerd voor het Belgische nationale elftal. De vorige vier ontmoetingen met tegenstander Nederland draaiden telkens uit op nederlagen, met als dieptepunt een 1-5 rammeling in Antwerpen op 19 maart 1911. Toch winnen onze Rode Duivels in Zwolle met 2-4 van Oranje! De amper twintigjarige Armand oogst veel lof, een Nederlandse journalist schrijft: ‘Hubin, Swartenbroeks en Leroy (doelman) waren de reuzen, die iedere attaque terugwierpen’.

Fotoverslag van de wedstrijd Nederland - België van 20 april 1913 uit het
Nederlandse tijdschrift De Prins  - klik op de foto om het artikel te vergroten
(artikel uit eigen verzameling)

        Vanaf seizoen 1913-1914 moet elke Daring-tegenstander twee Swartenbroeksen vrezen, broer Alexis versterkt het aanvallende compartiment. Datzelfde seizoen behaalde Armand een tweede landstitel. Een prachtige tijd voor dé volksclub van West-Brussel! Supporters zakten massaal af naar het stadion en er werd gedacht aan een nieuw en groter sportcomplex. Alphonse Boelens, huisarchitect van de gemeente Elsene, tekende de eerste plannen. Maar zo'n vaart zou het echter niet lopen…

Wereldoorlog I

        Op 28 juli 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit en de pas afgezwaaide milicien Armand wordt samen met duizenden anderen, waaronder zijn broer Alexis, onder de wapens geroepen. Op 4 augustus 1914 vallen de Duitsers België en eind oktober lag het laatste stukje België, de Westhoek, binnen handbereik. De Duitse opmars viel echter stil omdat de Belgische opperbevelhebbers de IJzervlakte permanent lieten overstromen. Een vier jaar durende en levens vernietigende loopgravenoorlog tussen Nieuwpoort en De Panne stond voor de deur. Arts-in-opleiding Armand en de andere legerartsen worden er geconfronteerd met enorme aantallen gewonden, iets waar de medische dienst van het leger totaal niet op voorbereid is. Armand helpt bij de miraculeuze evacuatie van 13.000 gewonden van Oostende naar Engeland en Calais. In Calais, waar hij het grootste deel van de oorlog in het hospitaal zal blijven werken, ondervindt Armand de gruwel van de oorlog aan den lijve. Hij moet er soms met heel weinig materiaal onmogelijke operaties uitvoeren op kapot geschoten soldaten. Af en toe sterven jongens van zijn leeftijd in zijn armen.

Front Wanderers

        Rond Allerheiligen van 1914 loopt de eerste grote slag om de IJzer op zijn laatste benen, ondertussen is het gewone leven en dus ook de voetbalcompetities volledig stilgevallen. In bezet gebied verbiedt de Duitse bezetter de organisatie van voetbalmatchen niet, maar veel ploegen zien hun veld opgevorderd en veel spelers zitten in het leger. Zo waren niet minder dan 37 Daring-mannen actief aan het front.

enkele Daring spelers aan het front, met onder andere de broers
Armand en Alexis Swartenbroeks
(foto uit eigen verzameling)

        Gelukkig kon niets het verlangen naar de bal bedwingen. Achter het front wordt tijdens rust en recuperatieperiodes meer en meer gevoetbald. Het zorgt voor fysieke fitheid, maar vooral ook voor afleiding van spelers en toeschouwers in deze barre oorlogsomstandigheden. In het begin waren het nog geïmproviseerde wedstrijden, maar al vlug ontstaan ploegen van verschillende regimenten of divisies die het tegen elkaar opnemen. De voetbalactiviteiten binnen het Belgisch leger groeien uit tot naar schatting 500 voetbalteams actief op meerdere locaties achter de linies, vaak zelfs op Frans grondgebied. 

Een voetbalwedstrijd van een Belgische divisie op het strand van De Panne
© Fonds des albums Valois

        In april 1915 verslaat een ‘Entente Belge’ met onder andere Pierre Kogel (Standard) en Georges Chantrell (Union Saint-Gilloise) het fiere Olympic Red Star Paris in Saint-Ouen. Armand was er hier nog niet bij.

De 'Entente Belge' voor de wedstrijd tegen Olympic Red Star Paris in 1915
(foto uit eigen verzameling)

        Ook in bezet gebied worden steeds meer lokale matchen gespeeld waarbij geld ingezameld wordt ten bate van krijgsgevangenen, invaliden en armen. Het is onbetwistbaar dat voetbal een enorme bloei kent tijdens WO1, enkel boksen kan enigszins concurreren met het voetbal. De hierboven besproken ‘Entente Belge’ wordt in de loop van de jaren steeds sterker wanneer spelers van grote clubs er bij komen zoals: Ferdinand Wertz van Antwerp FC, Hector Goetinck van FC Brugge, Dominique Baes van Cercle Brugge en ‘onze’ Armand Swartenbroeks van Daring Club de Bruxelles. De Front Wanderers (de nieuwe naam van de 'Entente Belge'), waarvan Armand Swartenbroeks één van de voortrekkers is, pasten perfect bij zijn humanitaire levensvisie om mensen te helpen. Niet langer gewoon voetballen, maar voetballen voor het goede doel.

De Front Wanderers met rechts bovenaan Armand Swartenbroeks
foto: collectie In Flanders Field Museum

        De Front Wanderers speelden niet alleen achter het Belgische front, ze trokken ook op tournee in Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië. Hun belangrijkste ‘tournee’ was die in Groot-Brittannië in 1917 met liefst zes matchen tussen 15 en 29 november: op Stamford Bridge tegen Chelsea, in Glasgow tegen een Schotse selectie, op Goodison Park tegen Everton, in Manchester tegen Manchester United, in Birmingham tegen Aston Villa en in Folkestone tegen een Canadese selectie. Ze winnen drie wedstrijden en verliezen er drie. Duizenden ‘Belgische vluchtelingen’ moedigden hen aan. Gedurende de oorlog varieerde de samenstelling van de Front Wanderers nogal eens, want ook hier waren de spelers niet vrijgesteld van hun militaire verplichtingen. Als ze aan het front dienst hadden, moesten ze worden vervangen. Bovendien raakten sommige spelers gedood of gewond. Het bekendste slachtoffer van de ‘Wanderers’ is Dominique Baes van Cercle Brugge die in 1918, kort voor het einde van de oorlog en voor een nieuwe rondreis van de Front Wanderers door Engeland, dodelijk getroffen werd door een vijandelijke kogel. Armand overleeft de gruwel van de oorlog, in tegenstelling tot zijn broer Alexis. In de zomer van 1917 woedt de Derde Slag om Ieper, een slag die honderdduizenden slachtoffers eist zonder noemenswaardig militair resultaat. Eén van de slachtoffers is Armands jongere broer Alexis die in Pervijze door mitrailleurvuur getroffen wordt in beide dijen en bekken. Alexis wordt door zijn makkers nog naar het militair hospitaal L’Ocean in De Panne gedragen maar daar bezwijkt hij enkele dagen later op 1 september 1917.

Olympisch kampioen

        Na de oorlog keert Armand terug naar Koekelberg en gaat weer voetballen bij Daring. Hij wordt ook opnieuw geselecteerd voor de Rode Duivels. Een eerste grote uitdaging van de nationale ploeg zijn de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen. De basis van de Rode Duivels wordt gevormd door voormalige Front Wanderers met Armand als één van hun leiders. België is in de eerste ronde bye. Bij hun volgende wedstrijd tegen Spanje fluiten de 18.000 toeschouwers aanvankelijk hun eigen ploeg uit, omdat er maar één Antwerpenaar (André Fierens, Beerschot AC) op het veld staat naast negen Brusselaars en één Bruggeling (Felix Balyu, FC Brugeois). Ondanks de geringe steun winnen de Duivels met 3-1 van Spanje (hattrick van Robert Coppée, Union Saint-Gilloise) en nemen vervolgens in de halve finale de maat van Nederland (3-0). Omdat er tijdens die laatste wedstrijd ondertussen twee extra Antwerpenaren op het veld staan (Henri Larnoe, Beerschot AC en Désiré 'Dis' Bastin, Antwerp FC) steunt het publiek de Rode Duivels nu wel. Voor de finale op het Kiel komen 40000 toeschouwers opdagen, 10000 meer dan de maximum capaciteit! Zij zien de kortste voetbalfinale ooit op een Olympisch tornooi. In de 42e minuut staat het al 2-0 voor België (een strafschop en een doelpunt uit buitenspel volgens de Tsjechen) als een Tsjecho-Slovaak na een zware overtreding van het veld gestuurd wordt. Zijn ploeggenoten verlaten hierna boos het veld. De wedstrijd wordt niet uitgespeeld, Tsjechoslowakije wordt gediskwalificeerd en België is Olympisch kampioen! Net als voor onze nationale ploeg is dit ook voor Swartenbroeks, 28 en al bijna tien jaar international, een hoogtepunt.

De Rode Duivels voor de Olympische finale op 2 september 1920
boven vlnr: Armand Swartenbroeks, André Fierens, Emile Hanse, Jean De Bie, Joseph Musch, Oscar Verbeeck
onder vlnr: Louis Van Hege, Robert Coppée, Mathieu Bragard, Henri Larnoe, Désiré Bastin
(bron foto: Wikipedia)

        Ook op de Olympische Zomerspelen 1924 te Parijs speelde Armand mee met de Rode Duivels. Jammer genoeg zijn die Spelen in niets te vergelijken met die van 1920. In Parijs spelen de Belgen slechts één wedstrijd, en wat voor één. Het wordt een 8-1 vernedering tegen de Zweden. De pers noemt het 'De ramp van Colombes' (Colombes is de voorstad nabij Parijs waar de wedstrijd gespeeld werd). Weinig trainen door jobs en privéleven en een ouder wordende ploeg lagen waarschijnlijk aan de basis van de het slechte resultaat.

Armand in gesprek met doelman Jan De Bie en Frans Demol voor aanvang
van de wedstrijd tegen Zweden (29 mei 1924)
(Foto uit eigen verzameling)

Meer dan 50 caps en erelid van de Nederlands voetbalbond

        Met Daring wordt Armand in seizoen 1920/1921 voor een derde maal kampioen. Het zal de laatste keer in vijftien jaar zijn. Armand is inmiddels de vaste kapitein van zowel Daring als de Rode Duivels. 

Het elftal van Daring Club de Bruxelles 1922/1923
(Postkaart uit eigen collectie)

        Na 53 caps speelt Armand Swartenbroeks zijn laatste wedstrijd als international op 11 maart 1928 in en tegen Nederland. De massa zingt Armand toe, ook de Nederlands supporters, een rechtstreeks gevolg van de opmerkelijke actie van Armand tijdens een wedstrijd eerder op het jaar tegen de ‘Zwaluwen’ (een soort Jong Oranje of B-elftal van Nederland). In deze wedstrijd maakt Armand zijn reputatie als gentleman-voetballer nogmaals waar. In de achttiende minuut houdt de Belgische spits Jan Diddens Ajax-doelman De Boer vast bij een hoekschop waarop de doelman Diddens een duw geeft. De scheidsrechter ziet alleen die laatste fout en geeft een strafschop. Doelman De Boer rent woest in de richting van strafschopnemer Armand en doet zijn relaas. Daarop vraagt Swartenbroeks aan Diddens of hij de eerste overtreding had gemaakt, Diddens bekende. De strafschop moest wel degelijk genomen worden maar Armand knalde opzettelijk naast! Met deze en eerdere acties in interlands tussen beide elftallen wordt de Belg als eerste buitenlander ooit benoemd tot erelid van de Nederlandse voetbalbond!

De Belgische aanvoerder Armand Swartenbroeks krijgt voor aanvang
van zijn laatste wedstrijd voor de Rode Duivels een krans aangeboden
door de Nederlands Bondsvoorzitter
© KNVB

        Bij Daring gaat hij nog een paar jaar door, tot hij 38 jaar is. Hoewel hij amper kan trainen – hij heeft naast zijn werk op de pediatrie van het Sint-Elisabeth in Ukkel nu ook nog een eigen dokterspraktijk – behoort hij vaak tot de uitblinkers, een toonbeeld voor velen.


Na het voetbal

        Na zijn actieve voetbalcarrière wordt hij lid van het selectiecomité van de voetbalbond. In die tijd werd de nationale ploeg samengesteld door een selectiecomité en niet door de trainer. Armand treedt ook toe tot de Raad van Bestuur van Daring Club de Bruxelles. Swartenbroeks is politiek actief, in de liberale partij PLP van zijn jeugdvriend en ex Daring-ploegmaat Oscar Bossaert. In 1939 wordt hij schepen in Koekelberg en Bossaert krijgt de burgemeesterssjerp. Tijdens Wereldoorlog II vergezelt Armand Général-Major de réserve Pierre Van Deuren bij zijn bezoeken aan diens drie bataljons, gelegen in de eerste vuurlinie. Op 24 en 25 mei 1940 belanden ze zo beiden in een hevig bombardement te Nieuwpoort, waar Armand als Chef du Service de Santé du Régiment volop gewonden verzorgt. Op 29 mei 1940 nemen de Duitsers Armand gevangen, maar op 9 juni is hij na de capitulatie van België alweer vrij. Vanaf 1943 neemt hij actief deel aan het verzet binnen de Groupement MP. Hij helpt zijn landgenoten en werkt de Duitse bezetter zoveel mogelijk tegen. Als weerstander wordt hij na de oorlog gedecoreerd. Na de Tweede Wereldoorlog blijft hij politiek actief binnen de PLP en toen zijn vriend Oscar Bossaert in 1956 onverwacht overlijdt volgt Swartenbroeks volgt hem op als burgemeester. Dit blijft hij tot 1971. Negen jaar later, op 3 oktober 1980, overlijdt Armand Swartenbroeks.


De verloren buste

De 'verloren' buste - © 

Op 1 april 1928, na de wedstrijd België - Nederland, wordt Armand Swartenbroeks tijdens een feestmaal gehuldigd door de Belgische Voetbalbond. Voorzitter Graaf d'Oultremont looft de kapitein der 'Rode Duivels' als mens en als speler. Als blijk van nationale bewondering onthult de voetbalbond een bronzen borstbeeld, een werk van kunstenaar Marnix D'Haveloose.

Het beeld stond jarenlang in de inkomhal van het Edmond Machtensstadion in Molenbeek. Waarschijnlijk verdween het later in de catacomben van het stadion omdat men niet meer wist wie die man nu eigenlijk was. Lange tijd was de buste spoorloos.

Eind 2021 werd de bijna 100 jaar oude buste terug gevonden in een donker hoekje in de kelder van het stadion. Het was Kevin Van Doorslaer, de acteur die een toneelstuk over het rijk gevulde leven van de Rode Duivel én ex-burgemeester van Koekelberg opvoert, die het bronzen beeld terugvond tijdens een zoektocht in de kelders van het Edmond Machtensstadion. Ondertussen is het prachtige beeld van Armand gelukkig terug te zien in het stadion. 




vrijdag 19 augustus 2022

Jimmy Speirs
22 maart 1886 - 20 augustus 1917
De FA Cup winnaar die sterft in Vlaamse Velden


        In de zomer van 1917 wil veldmaarschalk Douglas Haig alles op alles zetten om de Duitse verdediging rondom Ieper te doorbreken, met als doel het veroveren van de Duitse duikboothavens van Oostende en Zeebrugge. Maar de Derde Slag bij Ieper, die ook wel de Slag bij Passendale wordt genoemd loopt uit op een bloedbad van ongekende proporties. Een hele generatie jonge mannen sneuvelt omdat de Britse veldmaarschalk niet wil opgeven. Onder die gesneuvelden bevond zich ook de Schotse voetballegende Jimmy Speirs. Hij speelde voor de Glasgow Rangers, Bradford City en Leeds United en verwierf faam als doelpuntenmaker in de Cup Final van 1911.


Jimmy Speirs, foto uit de Bradford City periode - onbekende auteur

        Om en bij de 9 miljoen soldaten komen om tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Alleen al bij de Slag bij Passendale raakten meer dan 600.000 soldaten gewond, vermist of werden gedood.

        De ware verschrikking van ‘Passchendaele’ ligt niet enkel in de aantallen maar ook in de details. Een bommenregen van 4,2 miljoen projectielen moet de kracht van de Duitsers linies breken. Alle beken en grachten worden dichtgeslagen en door de aanhoudende regen wordt het slagveld een grote modderpoel, waarin alles wegzonk. Vele mannen stierven niet aan hun verwondingen maar verdronken letterlijk in de dikke modder.

        Bij de strijdende soldaten bevond zich een Schot wiens gezicht heel bekend was voor de mannen die naast hem vochten. Jimmy Speirs was voetballer geweest voor Glasgow Rangers, Bradford City en Leeds United. Meer nog, in 1911 won hij de Engelse FA Cup met Bradford City en scoorde hij het winnende doelpunt. (Bradford City – Newcastle United 1-0)

Start voetbalcarrière

        Jimmy werd geboren op 22 maart 1886 in de wijk Govan in het Schotse Glasgow. In die tijd een stad van mijnbouw, scheepsbouw en zware industrie. Op de veldjes tussen de fabrieken leerde Jimmy voetballen. Hij ging spelen bij de jeugdclub Annandale, in de straat waar hij woont. In 1905 stapte hij over naar Maryhill FC waar zijn indrukwekkende prestaties al snel de aandacht trokken van de Schotse topclub Glasgow Rangers.

Glasgow Rangers

        In totaal speelde hij drie seizoenen voor de Rangers (1905-1908), met 53 wedstrijden waarin hij 24 keer scoorde. Prijzen won de club helaas niet in deze periode. Wel werd Jimmy in 1908 opgeroepen om te spelen voor het Schotse elftal tegen Wales. Voor 18.000 toeschouwers speelt hij zijn eerste en enige interland. Schotland won met 2-1, maar Jimmy komt niet tot scoren.

Clyde

        In de zomer van 1908 verhuisde hij naar de andere kant van Glasgow om bij Clyde te gaan spelen. Hij zou er een respectabele 10 doelpunten scoren in 20 competitie en bekerwedstrijden. Speirs' debuutseizoen voor Clyde bleek misschien wel het meest succesvolle in de hele geschiedenis van de club te zijn, want ze eindigden derde, slechts drie punten achter kampioen Rangers. De club presteerde ook goed in de beker, ze bereikten de halve finale en moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen Celtic.

Bradford City

        Na één seizoen bij Clyde tekende Jimmy een contract bij het Engelse Bradford City FC, op een dikke 350 kilometer van Glasgow. Zijn vrouw en zoontje James bleven in Glasgow wonen en in 1912 beviel ze er van hun dochtertje Betty. In Bradford beleefde Jimmy zijn grootste succes op het voetbalveld. Op 22 april 1911 stond hij aan de aftrap van de Engelse FA Cup finale tegen het grote Newcastle United. De wedstrijd op Crystal Palace eindigde echter in een zoutloze 0-0. Vier dagen later won Bradford City de replay met 1-0 op Old Trafford in Manchester. De wedstrijd trok ruim 66.000 toeschouwers; nog eens 30.000 mensen moesten buiten blijven. Het geeft aan hoe groot het voetbal, én zeker de FA-Cup finale, op dat moment was in Engeland. Voor Speirs was de triomf nog gedenkwaardiger omdat hij niet alleen aanvoerder was van het team, maar ook het het enige doelpunt maakte.


1911 FA Cup winnaars Bradford City
Jimmy Speirs zit links naast de Cup op de tweede rij


Leeds City

        In december 1912 maakte Speirs echter een einde aan zijn verblijf van drie en een half seizoen bij Bradford City en vertrok naar de toen ambitieuze Tweede Divisie ploeg Leeds City die £1400 betaalde om hem naar Elland Road te halen. Ze hoopten zo te kunnen doorbreken in de hoogste klasse van het Engelse voetbal. In zijn eerste seizoen bij Leeds scoorde Speirs 10 doelpunten in 20 wedstrijden en werden ze zesde. Het was een solide start, maar het jaar daarop deden Leeds en Speirs nog beter met een vierde plaats, vijf punten achter kampioen Notts County. Het seizoen 1914-1915 werd niet alleen in sportief opzicht een ontgoocheling (de club wordt 15e), een maand voor de start van de competitie brak de Eerste Wereldoorlog uit. De competitie werd dat seizoen nog wel uitgespeeld, maar de invloed van de oorlog werd meer en meer duidelijk. Voor Speirs zou het ook zijn laatste seizoen in het Engelse voetbal blijken te zijn. Na zijn laatste wedstrijd op 24 april 1915, een 2-0 thuisnederlaag tegen Barnsley, besloot Speirs terug te keren naar Glasgow om dienst te nemen in het Britse leger.

De oorlog

        Jimmy Speirs had er eigenlijk nooit bij moeten zijn aan het front. Dienstplicht was op dat moment nog niet verplicht en zelfs dan nog zou hij vrijgesteld geweest zijn omdat hij getrouwd was en een jong gezin had. Toch meldde hij zich op 17 mei 1915 om vrijwillig te dienen bij de Queen's Own Cameron Highlanders.

        Met zijn 29 jaar en twee maanden was Private Speirs ouder dan de meesten bij de Cameron Highlanders. Jimmy werd ingedeeld in het 3rd Reserve. Dit bataljon had ook een eigen voetbalteam waarmee het wedstrijden speelde tegen andere bataljons. Ook hier stak Jimmy letterlijk en figuurlijk met kop en schouders boven zijn medespelers uit. Zijn leidinggevende kwaliteiten in het veld vielen ook de legerleiding op en hij werd gepromoveerd tot ‘Lance Corporal’.

       In het voorjaar van 1916 werd, de ondertussen tot korporaal bevorderde, Speirs met het 7th (Service) Battalion of the Cameron Highlanders naar Frankrijk gestuurd. Als lid van een mitrailleurpeloton was Speirs betrokken bij zware gevechten aan de Somme en raakte op 8 september 1916 gewond aan zijn linker elleboog. Een krantenbericht uit die tijd meldde dat hij "gewond was geraakt in de zware gevechten van de herfst van 1916, maar niet het geluk had naar een ziekenhuis in zijn thuisland te worden gestuurd. Na behandeling achter de linies keerde Speirs in de lente van 1917 terug naar het front om te vechten in de Tweede Slag om Arras. Deze slag eiste 158.000 levens en ook de 7th Camerons leden zware verliezen. Uiteindelijk werden ze naar de reserve teruggestuurd om te hergroeperen en te herstellen. Het was in die periode dat Speirs werd voorgedragen voor een militaire medaille “Bravery in the Field” (dapperheid in het veld) en bevorderd werd tot sergeant.

        Kort daarna volgde een verlofperiode waarin hij familie en vrienden in Leeds, Bradford en Glasgow bezocht voor hij in de tweede week van juli 1917 naar zijn eenheid terugkeerde. Twee weken later lanceerde het Britse leger een groot offensief rond de Ieperboog in België: De Derde Slag bij Ieper ook bekend als de Slag bij Passendale

Foto: Ernest Brooks (public domain)

        Een geallieerd offensief moest een einde maken aan de Duitse bezetting van de heuvels rond Ieper. Het had alleen wekenlang geregend en Hill 35 nabij het dorpje St. Juliaan (Langemark) was één groot maanlandschap geworden waar manschappen, paarden en kanonnen vast kwamen te zitten in de modder. 

De omgeving van Hill 35 - © Google Earth


Het weidse zicht vanaf Hill 35 (richting Poelkapelle) - © Nico Dewaele

        Vanaf het hoger gelegen Passendale werden ze door de Duitsers getrakteerd op een constante regen van granaten. In het tumult raakte Jimmy op 20 augustus gewond. Hij werd nog gezien door een mede-sergeant, maar daarna verloren ze hem uit het oog. Ondanks aanvankelijke hoop dat de populaire onderofficier gevangen was genomen, werd geen verdere informatie ontvangen en werd Speirs uiteindelijk als vermist opgegeven, vermoedelijk dood. Pas in oktober 1919, twee jaar na afloop van de oorlog, en drie jaar na zijn vermissing, kreeg zijn weduwe Bessie het bericht dat het lichaam van haar man was gevonden nabij Iberian Farm in Sint-Juliaan. Op 20 augustus 1920 ontving ze opnieuw bericht van het Ministerie van Oorlog met de mededeling dat haar echtgenoot nu officieel te boek stond als ‘Killed in Action or Died of Wounds on or shortly after 20 August 1917.’ Tenslotte werd Bessie Speirs op 6 oktober 1921 meegedeeld dat het stoffelijk overschot van haar man zal worden herbegraven op Dochy Farm Cemetery tussen Langemark en Zonnebeke. In een laatste en trieste speling van het lot zou Jimmy Speirs meer dan tachtig jaar lang onder een verkeerd gespelde grafsteen liggen na een schrijffout bij zijn inschrijving in 1915. Pas in 2007 stemde de Commonwealth War Graves Commission er eindelijk mee in om de steen waarop zijn naam Spiers stond, te verwijderen en te vervangen door een steen met de juiste spelling.

Dochy Farm Cemetery - © Nico Dewaele
Het graf van Jimmy Speirs met klaproos kransen - © Nico Dewaele
James 'Jimmy' Hamilton Speirs - © Nico Dewaele
© Nico Dewaele
Gedenkplaat Glasgow Rangers - © Nico Dewaele

        Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de Slag om Passendale en de opwaardering van het Schotse monument in Zonnebeke (zie hieronder) schreef de Schotse zanger Alan Brydon in 2017 het lied 'Jimmy - Sing For The Boys'. Het lied is opgedragen aan Jimmy Speirs.






The Long Road to Passchendaele

The Long Road to Passchendaele - © Nico Dewaele

Op 19 augustus 2017 werd in het gehucht Frezenberg (Zonnebeke) het grootste monument voor de Eerste Wereldoorlog in West-Vlaanderen onthuld. Het werd er geplaatst ter nagedachtenis aan de meest bloedige slag uit die oorlog:
De slag om Passendale

Het monument naast het Schots Keltisch kruis is een realisatie van kunstenaar Peter Berghman. Het is een beeldengroep van tien silhouetten die symbolisch marcheren richting Passendale en Tyne Cot Cemetery. De groep is 48 meter lang, tot 3 meter hoog en is gemaakt uit zeven ton cortenstaal. De silhouetten symboliseren tevens alle deelnemende troepen, dus niet enkel de Schotse, maar ook de Britse, Canadese, Australische, Nieuw-Zeelandse en zelfs de Zuid-Afrikaanse manschappen.

Links van het monument het Keltisch kruis - © Nico Dewaele

Ieder silhouet is uit 12mm dik cortenstaal gebrand en elke figuur verwijst naar een persoon die effectief op het slagveld stond.  Eén van die silhouetten stelt de hierboven besproken voetballegende Jimmy Speirs voor.

Het silhouet van Jimmy Speirs - © Nico Dewaele

Er werd ook een wegwijzer onthuld met de afstand tussen de deelnemende naties en het monument, om te tonen hoe ver de soldaten van huis waren om te vechten voor vrijheid.

© Nico Dewaele


woensdag 27 april 2022

Raymond Braine
28 april 1907 - 25 december 1978



Foto uit 'De Gedenkschriften van Raymond Braine'

        Het verhaal van Raymond begint op 28 april 1907 in Berchem, waar hij zeven jaar na zijn broer Pierre op de wereld kwam. Oudere broer Pierre was de eerste in de familie die voetbal ontdekte en er verliefd op werd. In 1919 debuteerde hij bij het eerste elftal van Beerschot VAC. Raymond volgde hem drie jaar later, toen moest hij nog vijftien jaar worden! Trainer Jules Delausnay gaf hem een plaats in de spits. Al snel leert hij hoe hij zich moet opstellen naast Ivan Thys, tweemaal topscorer van de Belgische competitie en vader van Guy Thys. Bij zijn tweede wedstrijd, op Standard, vond de jonge Braine al twee keer de weg naar het doel!

        Slechts anderhalf jaar later wonnen de broers Raymond en Pierre hun eerste Belgische titel. In 1925, 1926 en 1928 deden ze dat nog eens over. Raymond werd ook tweemaal topschutter in eerste klasse in 1928 en 1929.

        Dankzij zijn indrukwekkende kwaliteiten kon hij op 15 maart 1925, op 18-jarige leeftijd, voor de allereerste keer het shirt van de Rode Duivels aantrekken. In 1928 behoorde hij tot het team dat deelnam aan de Olympische Spelen in Amsterdam. Hij speelde drie wedstrijden, scoorde evenveel doelpunten en werd door de internationale pers gekozen voor het Wereldelftal. Het zou dan ook meer dan logisch geweest zijn dat Braine twee jaar later in 1930 mocht deelnemen aan het eerste WK ooit in Montevideo (Uruguay).


De Rode Duivels op de Olympische Spelen van 1928
met onderaan in het midden Raymond Braine
kaart uit eigen collectie

        Begin 1930, op het toppunt van zijn carrière, ontstond er echter heel wat heibel rond de sterspeler van Beerschot. Braine had het Café Matador op het Kiel overgenomen en werd ervan beschuldigd zo de regels van het amateurisme te overtreden. De Voetbalbond had namelijk beslist dat spelers uit de A-kern van een club geen café mogen houden omdat dit strijdig is met hun statuut van amateur. Het voetbal in België is dan nog niet betaald maar volgens de Bond slaan die voetballers onrechtstreeks munt uit hun populariteit. De Bond schorst hun beste speler en schiet zich daarbij ook zelf in de voet door verzwakt naar het eerste WK te vertrekken.

        Verschillende professionele voetbalteams stonden in de rij om Braine in te lijven en in juni 1930 trok hij naar Sparta Praag (In die tijd werd het beste voetbal ter wereld in Midden-Europa gespeeld). Raymond Braine werd een legende in de Gouden Stad. Hij won twee landstitels (1932 en 1936) en werd twee maal topscorer. Maar bovenal won hij in 1935, wat toen misschien wel even prestigieus was als de Champions League vandaag, de Mitropa Cup.

Ferencváros - Sparta Praag (Heenwedstrijd finale Mitropa Cup 1935)
Het team van Sparta Praag met links Raymond Braine.
kaart uit eigen collectie


        In de overtuiging dat Tsjechië ooit het WK zou kunnen winnen met Braine wilden ze dat hij zich liet naturaliseren. Maar vanwege zijn uitzonderlijke prestaties in het buitenland veranderde de Belgische Voetbalbond van houding, in 1935 werd hij terug opgeroepen voor de Belgische Nationale ploeg.

De voorpagina van het tijdschrift Sport Revue van 31 maart 1935
kondigt de terugkeer van Raymond Braine aan.
tijdschrift uit eigen collectie


        De comeback van de jongste Braine in de nationale ploeg luidt nog een andere in: zijn terugkeer naar Beerschot. Raymond Braine's thuiskomst was uitstekend. Hij won nog twee Belgische kampioenschappen (1938 & 1939) en nam deel aan zijn eerste (en enige) wereldbeker, de wereldbeker van 1938.

Raymond Braine bij Beerschot AC in 1942 (voorlaatste op de onderste rij)
Foto uit eigen collectie


        Braine speelde in het totaal 54 keer voor de Rode Duivels. Door zijn schorsing miste hij 47 interlands, hij had het eerste lid van de zogenaamde 'Club van Honderd' kunnen worden. Wel was hij de eerste Belgische beroepsvoetballer die het in het buitenland waar maakte. Op 26 oktober 1938 wordt Braine aangesteld als kapitein van de Europese selectie, die een wedstrijd speelt tegen Engeland om de 75e verjaardag van de Football Association te vieren. 

        Tijdens de Wereldoorlog II werkte Raymond Braine onder druk als schatter van auto's voor de Duitse bezetter. Deze rol bracht grote spanningen met zich mee en leidde tot conflicten. Om aan deze situatie te ontsnappen, werd hij speler-trainer bij CS Forestoise in Brussel, waar hij ook een baan buiten het voetbal vond. Na de bevrijding werden er ten onrechte beschuldigingen van collaboratie tegen hem geuit, waardoor hij werd gevangengezet. Hij werd echter vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De oorlogsjaren waren zwaar voor Braine, met persoonlijk verlies zoals het vroegtijdig overlijden van zijn dochter, en de erbarmelijke omstandigheden van de bezetting drukten zwaar op hem en zijn familie. Ondanks deze tegenslagen bleef hij een gerespecteerd icoon in het Belgische voetbal en werd zijn naam na de oorlog volledig in ere hersteld.

        Op 25 december 1978 overleed Raymond Braine in zijn woning te Antwerpen. Hij zal altijd de eerste grote Belgische spits blijven. Dat ze hem ook bij Sparta Praag niet vergeten zijn bleek in 2020 toen ze het in het Tsjechisch kampioenschap voor hun 127e verjaardag opnamen tegen Budějovice in een speciaal retroshirt ter ere van Raymond Braine.

Retroshirt ter ere van Raymond Braine
foto Brecht Schelstraete


        Tussen 17 september en 19 december 1949 verschenen de memoires van Raymond Braine in de vorm van 8 tijdschriftjes. Met 'Duizend en één match, de gedenkschriften van Raymond Braine' was hij één van de eerste spelers in ons land die zijn herinneringen te boek stelde.


Duizend en één match, de gedenkschriften van Raymond Braine
eigen collectie



In mei 1925 vertrekken de Rode Duivels op mini-tournee. Nieuw op het veld: het fenomeen Raymond Braine, die plaats neemt naast zijn broer Pierre, maar duidelijk van een ander kaliber is.
Bovenstaande foto is van de wedstrijd op 21 mei 1925 tegen Hongarije. In zijn gedenkschriften tekende Raymond Braine op hoe hij de match ervaarde:

"Er zijn zo van die uitslagen die uit de hemel vallen. Zo Hongarije - België 1-3. Het viel als een donderslag op de hoofden van de Hongaren, die twee uren voordien nog van 10-0 min of meer hadden gedroomd. Bij het eindsignaal zag ik plots als een alles wegkerende mensengolf, duizenden toeschouwers het speelveld bestormen. Zo een heel bange was ik wel nooit geweest, maar feitelijk had ik toch ook nooit een bloedneus en een koppel blauwe ogen gehouden. Gelijk een zot koerste ik de brand uit regelrecht naar de kabien, riskeerde nog even mijn hoofd om te draaien en zag mijn tien medespelers door de opgetogen massa in triomf gedragen.
Zo bewezen de Hongaren hun sympathie aan hun overwinnaars. In Budapest klopt er een hart van sportiviteit want... moest het u, vriend speler, ooit in België eens gebeuren dat gij op verplaatsing tijdens het kampioenschap, na een overwinning de toeschouwers het veld ziet overrompelen, dan geef ik u de de raad op slag klikken en klakken te pakken en in derde vitesse de veiligheid van uw kleedkamer op te zoeken.
Met meer dan één druppelke heimwee in onze harten verlieten wij dat Budapest waar wij zovele heerlijke momenten mochten rapen."

zondag 3 april 2022

3 april 1927: de dodelijke botsing van Albert 'Berten' Van Coile

    Albert Van Coile werd op 27 maart 1900 geboren in Brugge. Al voor de Eerste Wereldoorlog werd hij lid van Cercle Brugge, de vereniging waar hij zijn hele leven voor zou spelen. In 1919 werd hij opgenomen in het eerste elftal, hij debuteerde op 28 september van dat jaar tegen Beerschot. Hoewel hij een verdediger was, kon hij door zijn grote gestalte meerdere doelpunten met het hoofd maken. Op 14 maart 1926 werd voor hij voor het eerst opgeroepen voor de Belgische nationale ploeg. De vriendschappelijke wedstrijd tegen Nederland was zijn eerste en enige wedstrijd voor de Rode Duivels.

Cercle Brugge, Seizoen 1922-1923
met bovenaan in het midden Albert van Coile
Foto: Stadsarchief Brugge – verzameling Brusselle-Traen

    Op 3 april 1927 speelden de Bruggelingen een vriendschappelijke wedstrijd te Tourcoing tegen het plaatselijke Union Sportive. Voor Cercle en iedereen die groen-zwart dacht en voelde veranderde deze vriendenmatch in een onvervalste nachtmerrie! De uitstekende achterspeler van Cercle Brugge, die die dag bij uitzondering als midvoor optrad, was in balbezit gekomen, rukte op naar het doel en kwam in botsing met de Franse doelman. Op het eerste gezicht leek er niet veel aan hand, maar zijn toestand verslechterde na de wedstrijd. De volgende dag ontdekten dokters van het Sint-Janshospitaal dat hij een grote bloeduitstorting en een scheurtje in z'n darmen had opgelopen. Een spoedoperatie werd nog uitgevoerd, maar had geen resultaat. Van Coile overleed aan z'n opgelopen kwetsuren.

    De begrafenis in Brugge op 7 april 1927 werd met enorme belangstelling gevolgd, want Cercle Brugge stond op het punt om kampioen te spelen. In de gutsende regen gaf erevoorzitter Baron René de Peellaert een afscheidsrede bij het graf en liep daarbij een zware verkoudheid op die van kwaad naar erger ging. Veertien dagen later overleed hij aan een longontsteking. Een kort tijd later werd Cercle landskampioen. Van de drie landstitels die Cercle behaalde (1910, 1927 en 1930), was die van 1927 de pijnlijkste: Albert Van Coile en René de Peellaert werden postuum tot kampioen gekroond...

Een diep bedroefde menigte luistert in de nog steeds gutsende regen naar
de grafrede van baron René de Peellaert, erevoorzitter van Cercle Brugge. 
Foto: Stadsarchief Brugge – verzameling Brusselle-Traen
Bidprentje Albert Van Coile (eigen collectie)

zondag 30 januari 2022

30 januari 1944: Noodlottige razzia tijdens de derby tussen Cercle Tongeren en Excelsior Hasselt

Het verlaten stadion van Cercle Tongeren in de Sportpleinstraat
    Sportpleinstraat Tongeren, de locatie hadden we. Maar toen we het doodlopend straatje inreden moesten we toch de hulp inroepen van een alerte buur om de weg te vinden naar het verscholen voetbalstadion van Cercle Tongeren (het latere KSK Tongeren). Verlaten sinds 1969 vormde dit stadion op het einde van Wereldoorlog II het toneel van een gitzwarte bladzijde in onze Belgische voetbalgeschiedenis.

De weg naar de vervallen hoofdtribune

    Wanneer de Duitsers op het einde van de oorlog beseffen dat de kaarten voor hen niet meer zo gunstig liggen en ze steeds meer verliezen te verwerken krijgen besluiten ze dat alle mannen geboren in 1920 en 1921 zich vóór 1 februari moeten aanbieden bij het Rijksarbeidsambt om er verplicht te werken. Wie dat niet deed werd opgespoord en gedeporteerd naar een werkkamp.

Stille getuige van het drama op 30 januari 1944

    Kermissen en voetbalwedstrijden waren voor de Duitsers de uitgelezen kans om werkweigeraars te arresteren. Op 30 januari 1944 verlieten heel wat jongeren hun schuilplaatsen om samen met familie en vrienden de prestigieuze derby tussen Cercle Tongeren en Excelsior Hasselt te gaan volgen. Hoewel er gevreesd wordt voor een razzia is de drang naar ontspanning groot en komen heel wat mensen naar de wedstrijd. Eens de wedstrijd goed en wel begonnen is wordt het stadion plots omsingeld door honderden soldaten, collaborateurs, veldgendarmes en de lokale Gestapo. De staanplaatsen tegenover de hoofdtribune leunden aan tegen een spoorwegberm, de ideale plaats voor een hinderlaag. Er was geen ontkomen aan, het publiek zat als ratten in de val. De spelers vluchten naar de benauwende catacomben van het stadion en wachten er bang af. Uiteindelijk werden zij met rust gelaten maar de werkweigeraars werden op de trein gezet, voor een groot deel van hen de laatste momenten op vertrouwde Belgische bodem.

Stilaan neemt de natuur (en jammer genoeg ook het afval) het over

Volgens de buur zal het stadion binnenkort verdwijnen




De catacomben van de hoofdtribune

Ooit een voetbalveld, nu een paardenweide

Het vervaagde "KSK Tongeren" bord

De stadionverlichting


10 november 1946 BOOM FC - OLYMPIC CHARLEROI  een voetbalwedstrijd die eindigde in een drama: het vergeten verhaal van Benoit Van Ey...