zondag 18 april 2021

 18 april 1915: Eerste 'officiële' voetbalwedstrijd tussen ploegen van het Belgische en Franse Leger

Postkaart uit eigen verzameling

        Tijdens de 'Groote Oorlog' was voetballen voor een groot deel van de soldaten een manier om hun fysieke fitheid en vooral ook hun moreel op de krikken. Ook de niet spelers konden de ellende even vergeten door te supporteren voor hun respectievelijke regimenten. Al snel werd er overal achter het front duchtig gevoetbald op haastig aangelegde geïmproviseerde velden in de Westhoek of op de brede stranden van De Panne en Noord-Frankrijk, maar daar kon het al eens gebeurden dat een match stilgelegd moest worden voor het opkomende tij! Ook de Vlaamse klei kon voor problemen zorgen. Bij een match op het zeer drassige veld van Alveringem floot de scheidsrechter af na 16 minuten omdat de bal veel te zwaar geworden was door de kleverige klei. Uit nieuwsgierigheid werd de bal gewogen. Resultaat: 3,2 kg!!!

Foto uit eigen verzameling

        Een eerste 'officiële' ontmoeting tussen ploegen van het Belgische leger en het Franse leger vond plaats op 18 april 1915 in Parijs. Onze soldaten wonnen de wedstrijd moeiteloos met 3-0. Volgende spelers stonden op het veld voor het Belgische legerelftal (van links naar rechts op de foto): Van Steenoven (RC Gent), Jules Huysmans (Beerschot AC), Emile Hanse (Union Saint-Gilloise), Paul Grumeau (Union Saint-Gilloise), Frans Demol (Union Saint-Gilloise), Edmond Van Staceghem (Ukkel Sport), Georges Chantrell (Union Saint-Gilloise), Van den Driessche spelend onder de schuilnaam 'Van den Dey' (RC Roubaix), Pierre Kogel (Standard CL), Paul Cocquyt (RC Gent) en Hebbe (niet aangesloten).

        Later zou de Belgische militaire voetbalploeg, exclusief bestaande uit soldaten aangesloten bij de Belgische voetbalbond, spelen onder de tot de verbeelding sprekende naam van 'Front Wanderers' 

vrijdag 9 april 2021

 10 april 1921: Onthulling monument voor gesneuvelde voetballers van Cercle Sportif       

Foto: Stadsarchief Brugge – verzameling Brusselle-Traen

        Honderd jaar geleden, op 10 april 1921 werd aan het toenmalige voetbalveld van Cercle Sportif (Cercle Brugge) te Sint-Andries Brugge een monument ingehuldigd ter nagedachtenis van adjudant-vlieger en mitrailleur Dominique Baes en twintig andere leden van de vereniging die sneuvelden tijdens WO1.

© Google Earth

        Honderd jaar later is het monument er nog altijd, het kreeg een plaatsje aan het Jan Breydelstadion in Sint-Andries. Alleen, toen ik het probeerde te vinden met Google Earth vond ik het wat achteloos terug achter één of ander fastfood kraampje dichtbij de Cercle fanshop. Het monument is misschien wat op de achtergrond verdwenen en voor velen onder ons is Wereldoorlog 1 een ver-van-mijn-bed show. Toch hoop ik dat er nu en dan nog eens stil gestaan wordt bij de impact en het leed dat een dergelijke oorlog teweeg kan brengen. Daarom breng ik hieronder het verhaal van Dominique Baes wiens naam helemaal bovenaan de namenlijst op het monument staat:

© Nico Dewaele

        Dominique Baes werd op 3 februari 1893 in Brugge geboren en begon op zijn veertiende te voetballen bij Cercle Brugge. Hij was een polyvalent sportman die naast het voetbal ook uitblonk in roeien, schermen en turnen. In 1911 debuteerde hij in het eerste elftal van Cercle. In datzelfde jaar meldde hij zich als beroepsvrijwilliger en ook bij de nationale militaire voetbalploeg werd 'Piet', zoals men Baes ook wel eens noemde, een vaste waarde. Zijn echte doorbraak kwam er in het daarop volgende seizoen 1911-1912. Als rechtsachter scoorde hij zelfs 11 goals in 22 wedstrijden. Vooral op hoekschoppen was de boomlange Baes erg doelgericht en het hoeft dan ook niet gezegd dat hij bij het ontbreken van enkele titularissen ook soms als aanvaller in actie kwam. Dat seizoen werd Baes zelfs al geselecteerd voor de nationale ploeg en mocht hij debuteren tegen Frankrijk. Het bleef echter bij die éne interland. Toch verrassend, en ook weer niet, want Brussel lag voor die tijd natuurlijk ver van Brugge... 

        Bij het uitbreken van Wereldoorlog 1 werd (de ondertussen tot adjudant opgeklommen) Baes samen met zijn broers Omer en Louis opgeroepen om te gaan strijden aan de IJzervlakte. Al vroeg in de oorlog werd aan het front een soort van nationale afvaardiging gevormd met de beste voetballers onder de strijdende Belgische soldaten. De ploeg kreeg de naam Front Wanderers: 'zij die langs het front zwerven'. ‘Piet’ was natuurlijk één van de voorvechters van het eerste uur en speelde o.a. internationale wedstrijden in Italië, Engeland en Frankrijk.

De Front Wanderers in Italië (1917) - Foto: In Flanders Field Museum

        In de zomer van 1918 werden schikkingen getroffen om met de Front Wanderers opnieuw een meerdaagse rondreis te maken in Engeland. Helaas sloeg in de nacht van 24 op 25 augustus 1918, enkele maanden voor de bevrijding, het noodlot keihard toe. Het officieel rapport had het over een Duits scherpschutter die Dominique in de buurt van het “Wieltje” (tussen Sint-Jan en Sint-Juliaan) te grazen nam. Hij kreeg een kogel in de rechterbil toen hij op weg was naar Gijverinkhove, waar een laatste training van de Front Wanderers zou doorgaan voor ze naar Engeland vertrokken. Baes werd eerst nog overgebracht naar het militair hospitaal in Beveren aan de IJzer, waar hij de dag daarop om 18h00 overleed. 

        In zijn boek 'Voetbalanecdoten' getuigt Front Wanderer en icoon van Club Brugge Hector 'Torten' Goetinck hoe hij de dood van zijn beste vriend 'Piet' Baes van dichtbij meemaakte: “We stonden klaar voor de oefenwedstrijd tegen het derde Linieregiment, toen zijn broer Kamiel met de fiets aangereden kwam en zei dat ‘Piet’ in het hospitaal te Beveren lag. Ik reed er dadelijk heen en toen ik in de barak kwam, deed de ziekenverzorgster me teken dat hij niet mocht spreken. De kogel had zijn dikke darm op acht plaatsen doorboord. Hij had een verlof van een maand op zak, gezien zijn verloofde uit Brugge langs Nederland in Engeland geraakt was. ‘Piet’ moest haar zien want hij ging met haar in het huwelijksbootje treden. Haar portret lag op zijn nachttafel, hij bekeek me toch zo droevig en betekenisvol in de ogen en dan naar dit portret. Ik drukte hem eens stevig in de hand en moest weg. ’s Anderendaags werd ik bij mijn commandant geroepen, die mij zei dat men uit Beveren getelefoneerd had en dat ik zo vlug mogelijk moest gaan omdat Baes me iets te zeggen had. Toen ik er aankwam was het te laat. Hij lag al in het dodenhuisje en ik had nog juist de tijd om de zevenentwintigjarige kerel te helpen kisten. Zelfs de grafdelver, die er iedere dag dozijnen kistte, was er door aangedaan. De dag nadien waren we met de meeste Front Wanderers verenigd aan zijn graf te Beveren. ‘Piet’ Baes was een joviale, oprechte sportmakker, steeds welgezind en een goed soldaat die als adjudant steeds het voorbeeld gaf aan zijn soldaten. Daags na zijn begrafenis vertrokken we op tournee naar Engeland, maar wij misten hem enorm!”

Links: 'Voetbalanecdoten' van Hector Goetinck
Rechts: De Front Wanderers met onderaan links Hector Goetinck,
op de rij erachter Dominique Baes met de hand op de schouder van
zijn vriend.

        Op 10 april 1921 werd ter nagedachtenis aan Dominique Baes en de andere gesneuvelde voetballers van Cercle Brugge door de Front Wanderers een wedstrijd gespeeld tegen Cercle Brugge.  Op deze gedenkdag werd ook het hierboven besproken monument ingehuldigd. 

        triest detail: Gedurende de plechtigheid vloog een vliegtuig van het 6de smaldeel uit Evere over het voetbalplein. De opdracht was dat twee vrienden van Baes een tuil bloemen uit het vliegtuig zouden gooien. Dat gebeurde ook, maar plots dook de DH-4 loodrecht naar beneden, smakte tegen de grond en vatte vuur. De beide inzittenden waren op slag dood.

Berichtgeving van het ongeval in Le Patriote Illuistré
 van 24 april 1921 (krantenpagina uit eigen verzameling)

        Op 19 januari 1929 werd het stoffelijk overschot van Dominique Baes herbegraven in Sint-Andries Brugge. Baes was uit groenzwart oogpunt de voornaamste gesneuvelde speler uit de Eerste Wereldoorlog. Een groot voetbaltalent én mens ging zo verloren.

Het bidprentje van Dominique Baes (dank aan de heer Dirk Claerhout
uit Beveren aan de IJzer voor het ter beschikking stellen van de scan)


zaterdag 27 maart 2021

 1933 - 1935: Union 60

Joseph Mariënstadion, Vorst - © Nico Dewaele

        Bijna een halve eeuw – 48 lange jaren – moest Union Sint-Gillis wachten om terug te keren naar de hoogste klasse van het Belgische voetbal. Maar sinds het seizoen 2021-2022 is stamnummer 10 terug! Een club met een rijke geschiedenis, één van de meest iconische stadions van het land en elf landstitels op haar palmares. Maar bovenal is Union de ploeg die iets bijna mythisch presteerde: 60 competitiewedstrijden op rij ongeslagen – een reeks die de geschiedenis inging als 'Union 60'.

Union Saint-Gilloise in 2021
© Nico Dewaele

    De legende begon na een moeizaam seizoen 1931-1932, waarin Union ternauwernood degradatie wist te vermijden. De jaarafsluiter van 1932 – een pijnlijke 4-1 nederlaag tegen Beerschot – werd een kantelpunt. Volgens de overlevering zat voorzitter Joseph Mariën in zak en as. Maar toen stond Jules Pappaert, de iconische kapitein van de blauw-gelen, op. Hij beloofde zijn voorzitter dat Union dat seizoen geen enkele wedstrijd meer zou verliezen.

        Wat toen onmogelijk leek, werd werkelijkheid. Union hield woord, herpakte zich en stormde naar de landstitel. Maar het bleef niet bij één succes: tussen 1933 en 1935 zette de ploeg een onwaarschijnlijke reeks van 60 ongeslagen competitiewedstrijden neer – een prestatie die de club voor altijd in de Belgische voetbalgeschiedenis verankerde. 'Union 60', een naam die nog steeds met trots en bewondering weerklinkt.

De succesploeg van Union 60
© Union 1897 - Les Archives

        Joseph Mariën zou het legendarische Union 60 zelf niet meer meemaken. Op 19 februari 1933 de dag van de derby tegen Racing Bruxelles liet de 52-jarige Union-voorzitter het leven. Zijn verlies betekende een zware klap voor de club, maar Union eerde zijn nagedachtenis op gepaste wijze. Enkele maanden later werd hun iconische stadion herdoopt tot het Joseph Mariënstadion, dat op zijn hoogtepunt plaats bood aan maar liefst 44.000 supporters. In de diepe coulissen onder de eretribune kreeg Mariën bovendien een monument, dat tot op vandaag bewaard is gebleven als stille getuige van zijn impact op de club. 

        De historische reeks van 60 ongeslagen wedstrijden bereikte zijn climax op 3 februari 1935, toen Union Cercle Brugge met een verpletterende 7-0 versloeg. Maar het noodlot sloeg toe: slechts een week later werd de droom ruw verstoord door aartsrivaal Daring, die met een 2-0 zege dankzij twee doelpunten van Marius Mondelé de onwaarschijnlijk lange zegereeks beëindigde.

Aquarel met daarop Daring-spits Marius Mondelé
(uit eigen verzameling)

        Toch bleef 'Union 60' een begrip dat ver boven de clubgrenzen uitstijgt. Sinds 1953 wordt de Trofee Jules Pappaert jaarlijks uitgereikt aan de ploeg die de langste ongeslagen reeks neerzet – een eerbetoon aan de onverwoestbare geest van die legendarische Union-ploeg. Een stukje Belgische voetbalgeschiedenis dat nooit zal vervagen.



 3 februari 1907: Afgelastingen anno 1907

Station Luik - postkaart uit eigen collectie

        Daar kan Club Brugge over meespreken in verband met een verplaatsing in 1907. Die dag moesten de spelers om 6 uur ‘s morgens de trein nemen voor de match tegen FC Luik. Eens ter plaatse aangekomen moest de Brugse delegatie vast stellen hoe het speelveld er ondergesneeuwd bij lag en scheidsrechter Frank König en de spelers van FC Luik niet kwamen opdagen. Club werd blijkbaar niet tijdig ingelicht en na een hele ochtend verkleumd in een ijskoude treincoupé bij elkaar gezeten te hebben moesten ze onverrichter zake terug afdruipen met het ‘fijne’ vooruitzicht om pas rond tien uur ’s avonds terug aan te komen in Brugge. Waarna sommigen, zoals bijvoorbeeld Hector 'Torten' Goetinck, nog in hun dorpje ergens aan de kust of op het platteland moesten geraken…

 1902: Bouw van de eerste betonnen tribune op het Europese continent - De Ganzenvijver, Ukkel

© Nico Dewaele

        Het knusse Stade du Vivier d’Oie, oftewel De Ganzenvijver is een echt voetbalmonument. Racing Club de Bruxelles, 'Den Racing' zoals de club bij de Nederlands sprekende Brusselaars genoemd werd, bouwde er een unicum. De tribune is namelijk de eerste betonnen tribune op het Europees continent en biedt plaats aan maar liefst 800 man.

© Nico Dewaele

        De ingang van het stadion zou de naam Avenue de Racing krijgen en een prachtige praalpoort zou iedere bezoeker erop duiden dat hij of zij het stadion van Racing bezocht, één van de absolute grootheden van het Belgische voetbal uit die tijd.



         Op 1 mei 1904 vormde het stadion het decor voor de allereerste voetbalinterland tussen twee onafhankelijke Europese landen ooit. België en Frankrijk hielden elkaar met 3-3 in evenwicht. De eerste goal in die wedstrijd werd gemaakt door Georges Queritet. Op de tribune van dat stadion werden de fundamenten gelegd voor de FIFA. Op 21 mei 1904 werd de Wereldvoetbalbond opgericht door België en Frankrijk en vijf andere landen.

        Het voetbalveld is ondertussen vervangen een hockeyveld, de staanplaatsen door tennisvelden en toch voel je hier nog de sfeer van de grote dagen. Gelukkig zijn de oude tribune en de praalpoort gespaard gebleven. Ze werden in 2010 uitgeroepen tot nationaal monument.

© Nico Dewaele


10 november 1946 BOOM FC - OLYMPIC CHARLEROI  een voetbalwedstrijd die eindigde in een drama: het vergeten verhaal van Benoit Van Ey...